Handgeschreven brief of verzoekschrift op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief of verzoekschrift op gelinieerd papier. 20 juli 1940 (gebaseerd op het stempel rechtsboven: "M. 1940 20/7"). Nº 85/6/7 M. 1940 20/7
Of denkt U soms dat
ik het voor mij plezier
doe dat ik Alles wat nog
een beetje waarde heb naar
de Bank van leening toe
breng tot zelfs de dekens
van mij bed zijn al weg
nu vraag ik mij af wat
de heeren doen als de
kinderen in de kou zitten
en om brood vragen ik
hoef nergens aan te klop-
pen of ik soms een voor-
schot kan krijgen op een
wekelijks afbetaling.
Nu heeren ik zal mij best
doen om een densdag zoo
veel mogelijk te betalen
wat mij huis gezin kan
missen daar ik toch ook
te leven moet hebben * Toon en inhoud: De brief is geschreven vanuit een positie van diepe armoede en wanhoop. De schrijver (waarschijnlijk een ouder) spreekt "de heeren" (instanties of schuldeisers) aan op een defensieve en emotionele wijze. Er wordt benadrukt dat zelfs de meest basale levensbehoeften, zoals dekens, naar de Bank van Lening zijn gebracht om geld te genereren.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is eenvoudig en bevat spelfouten die typerend zijn voor die tijd of een lager opleidingsniveau (bijv. "mij" in plaats van "mijn", "densdag" in plaats van "dinsdag", "huis gezin" als twee woorden).
* Kernboodschap: De schrijver vraagt om coulance of een voorschot voor een wekelijkse afbetaling en belooft aanstaande dinsdag zoveel mogelijk terug te betalen, mits er genoeg overblijft om van te kunnen eten/leven. De retorische vraag over kinderen die in de kou zitten en om brood vragen, dient om morele druk uit te oefenen op de ontvanger. * Historische context: Het document is gedateerd op 20 juli 1940, slechts twee maanden na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de grote schaarste van de hongerwinter nog ver weg was, zorgde de bezetting direct voor economische onzekerheid en distributiemaatregelen.
* Sociaal-economische context: De "Bank van Leening" (Stadsbank van Lening) was voor veel arme gezinnen het allerlaatste redmiddel om aan contant geld te komen door persoonlijke bezittingen te verpanden. De brief geeft een indringend beeld van de "stille armoede" uit die tijd, waarbij men letterlijk de dekens van het bed moest verkopen om brood te kunnen kopen.
* Adressant: De brief is waarschijnlijk gericht aan een lokale armenraad, een maatschappelijke hulpinstantie of een specifieke schuldeiser die aandringt op betaling. De stempelnummers suggereren dat de brief is opgenomen in een officieel administratief dossier.