Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 355
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift/brief.

26 februari 1940. Van: A. Roodveld, p/a Van Kleef, Jodenbreestraat 39, Amsterdam-Centrum. Aan: De Heer Directeur Marktwezen, Amsterdam. Dossier: 85/15

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift/brief. 26 februari 1940. A. Roodveld, p/a Van Kleef, Jodenbreestraat 39, Amsterdam-Centrum. De Heer Directeur Marktwezen, Amsterdam. [Stempel linksboven:]
Nº 85/15 / M. 1940 26/2

[Rechtsboven:]
A’dam 26/2/40

Aan den Heer
Directeur Marktwezen
Alhier

[In de marge:]
in desp.

WelEd. Heer!

Met deze verzoek ik UEd. beleefd mij toe te staan,
te veranderen van karrenverhuurder,

Ik ben standplaatshouder in de Albert Cuypstr.
en sta tegen over een karrenverhuurderij genaamd
Stroker. [Boven Stroker is met kleiner handschrift 'Tieman' geschreven]. Op het oogenblik heb ik een handkar van
Heer Schaap, Jod. Houttuinen, doch, wanneer
ik ’s avonds eventueel niet los kan komen, mijn
handel moet opbergen bij derde, Heer Marcus Goud
Flinkstraat, en dat mij te kostbaar wordt.
daarom verzoek ik UEd nogmaals beleefd een
kar te mogen huren bij Heer Stroker, omdat ik
daarin al mijn handel kan bergen. Bij voor-
baat beleefd dankend. Teeken ik Hoogachtend

A Roodveld
p/a v Kleef
Jod. Breestr. 39
Centrum In deze brief verzoekt A. Roodveld, een marktkoopman op de Albert Cuypmarkt, de Directeur van het Marktwezen om toestemming om van karrenverhuurder te mogen wisselen.

De kern van het probleem is logistiek en financieel: Roodveld huurt momenteel een kar bij de heer Schaap (gevestigd aan de Joden Houttuinen). Echter, als hij zijn waar aan het eind van de dag niet volledig heeft verkocht ("niet los kan komen"), past de restvoorraad niet op die kar en moet hij zijn handel tegen betaling opslaan bij een derde partij (de heer Marcus Goud in de Govert Flinckstraat).

Door over te stappen naar de verhuurder Stroker (waarbij de naam 'Tieman' als correctie of nadere specificatie is toegevoegd), die direct tegenover zijn standplaats gevestigd is, kan hij een kar huren die groot genoeg is om al zijn handel in op te bergen. Dit zou hem extra opslagkosten besparen. De brief is gedateerd op 26 februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de strikte regulering van de Amsterdamse markthandel in die tijd. Standplaatshouders waren voor veel zaken, waaronder de keuze van hun toeleveranciers zoals karrenverhuurders, gebonden aan vergunningen en toestemming van de gemeente (het Marktwezen).

De genoemde locaties zijn historisch significant:
* Albert Cuypstraat: De bekende markt in de wijk De Pijp.
* Jodenbreestraat en Joden Houttuinen: Het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam.
* Govert Flinckstraat: Een zijstraat van de Albert Cuypstraat.

Gezien de namen (Roodveld, Marcus Goud) en de adressen in de Joodse buurt, is het zeer aannemelijk dat de betrokkenen deel uitmaakten van de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die kort na het schrijven van deze brief zwaar getroffen zou worden door de bezetting. De brief illustreert de precaire economische positie van kleine handelaren die probeerden elke cent aan onnodige kosten te besparen. A. Roodveld Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt A. Roodveld, een marktkoopman op de Albert Cuypmarkt, de Directeur van het Marktwezen om toestemming om van karrenverhuurder te mogen wisselen.

De kern van het probleem is logistiek en financieel: Roodveld huurt momenteel een kar bij de heer Schaap (gevestigd aan de Joden Houttuinen). Echter, als hij zijn waar aan het eind van de dag niet volledig heeft verkocht ("niet los kan komen"), past de restvoorraad niet op die kar en moet hij zijn handel tegen betaling opslaan bij een derde partij (de heer Marcus Goud in de Govert Flinckstraat).

Door over te stappen naar de verhuurder Stroker (waarbij de naam 'Tieman' als correctie of nadere specificatie is toegevoegd), die direct tegenover zijn standplaats gevestigd is, kan hij een kar huren die groot genoeg is om al zijn handel in op te bergen. Dit zou hem extra opslagkosten besparen.

Historische Context

De brief is gedateerd op 26 februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de strikte regulering van de Amsterdamse markthandel in die tijd. Standplaatshouders waren voor veel zaken, waaronder de keuze van hun toeleveranciers zoals karrenverhuurders, gebonden aan vergunningen en toestemming van de gemeente (het Marktwezen).

De genoemde locaties zijn historisch significant:
* Albert Cuypstraat: De bekende markt in de wijk De Pijp.
* Jodenbreestraat en Joden Houttuinen: Het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam.
* Govert Flinckstraat: Een zijstraat van de Albert Cuypstraat.

Gezien de namen (Roodveld, Marcus Goud) en de adressen in de Joodse buurt, is het zeer aannemelijk dat de betrokkenen deel uitmaakten van de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die kort na het schrijven van deze brief zwaar getroffen zou worden door de bezetting. De brief illustreert de precaire economische positie van kleine handelaren die probeerden elke cent aan onnodige kosten te besparen.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 5