Ambtelijk advies / Memo
Origineel
Ambtelijk advies / Memo 21 mei 1940 Waarschijnlijk J. Smoorenburg (marktmeester/inspecteur) Den Heer Inspecteur v/h Marktwezen, Amsterdam [Linksboven:]
Advies op No 05/22.1 M/40
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
[Inhoud:]
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van Wed. M.
Vierra-Dolak, pl. 21 AC, diene het volgende:
Mw. Vierra is handelaarster in fruit en heeft een
gewone handkar met stelling en tentzeil in huur
van P. de Heir, Quellijnstraat 122, alhier.
De meeste fruithandelaars zijn op deze markt
voorzien van meer practisch materiaal, bv. karren
waarin het fruit geborgen kan worden en afgesloten
voor onbevoegden en ongedierte.
Begrijpelijk is, dat Mw. Vierra eveneens een zoodanige
kar wenscht voor haar bedrijf.
Is de tegenwoordige verhuurder, om welke reden
dan ook, niet in staat een dergelijke kar te verhuren,
dan dient Mw. Dolak in de gelegenheid gesteld te
worden het huurmateriaal van een anderen kramen-
verhuurder te kunnen betrekken, die wel aan de
m.i. rechtvaardig gestelde eischen wenscht te voldoen.
[Ondertekening:]
Amsterdam, 21 Mei '40
[Handtekening: J. Smoorenburg]
[Linksonder:]
2.50 p.w. Het document is een ambtelijk advies over een praktische kwestie op de markt (waarschijnlijk de Albert Cuypmarkt, gezien de locatieverwijzing "AC" en de Quellijnstraat). Mevrouw Vierra-Dolak, een fruitverkoopster, wil haar eenvoudige handkar met zeil vervangen door een moderne, afsluitbare kar. Dit is nodig voor de hygiëne (tegen ongedierte) en veiligheid (tegen diefstal).
Haar huidige kramenverhuurder, P. de Heir, kan of wil dit type kar niet leveren. De schrijver van het advies pleit ervoor dat de marktmeester haar toestemming geeft om van verhuurder te wisselen, zodat zij haar bedrijf op een moderne en verantwoorde manier kan uitoefenen. De notitie "2.50 p.w." linksonder verwijst vermoedelijk naar de wekelijkse marktgelden of huurprijs. Het document is gedateerd op 21 mei 1940, slechts één week na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Het laat zien dat het dagelijks leven en de gemeentelijke administratie in Amsterdam in de eerste dagen van de bezetting nog grotendeels "business as usual" doorgingen.
De locatie "pl. 21 AC" verwijst vrijwel zeker naar standplaats 21 op de Albert Cuypmarkt. De genoemde Quellijnstraat ligt in de directe nabijheid (de Pijp). Veel marktkooplieden op de Albert Cuyp waren in die tijd van Joodse afkomst; de achternaam Dolak komt in Joodse genealogische bronnen in Amsterdam voor. Dit document vormt daarmee een klein puzzelstukje in de geschiedenis van de Amsterdamse markthandel aan het begin van een voor velen noodlottige periode. J. Smoorenburg M. Marktwezen