Getypte officiële brief/waarschuwing met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte officiële brief/waarschuwing met handgeschreven aantekeningen. 10 april 1940. Vermoedelijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam (gezien de context en het adres). Rechtsboven staat een handtekening "h. Müller". den Heer A.J. Roger, Lindengracht 256, Amsterdam-C. (Wijk 9). [Rechtsboven handgeschreven:]
h. Müller
[Rechtsboven paars rond stempel met monogram]
[Midden boven:]
DV.
[Links boven:]
85/28/3 M.
Letter CZ
[Links, diagonaal handgeschreven tekst over de getypte tekst heen:]
Betaald per kas
op 23 Apr 40 f 2,50
[Paraaf]
[Rechts:]
10 April 1940.
den Heer A.J. Roger,
Lindengracht 256,
Amsterdam-C.
Wijk 9.
[Midden:]
Waarschuwing betaling kramengeld.
[Rechts onderaan:]
Zaterdag
[Links onderaan:]
13 April a.s. Dit document is een formele waarschuwing gericht aan de heer A.J. Roger voor het niet tijdig betalen van het 'kramengeld'. Kramengeld is de belasting of vergoeding die marktkooplieden of standplaatshouders aan de gemeente betalen voor het gebruik van een staanplaats op de openbare weg.
De brief is gedateerd op 10 april 1940. De ontvanger wordt gemaand om uiterlijk zaterdag 13 april (a.s. = aanstaande) tot betaling over te gaan. Uit de handgeschreven aantekening blijkt dat de schuld uiteindelijk op 23 april 1940 is voldaan. Het bedrag bedroeg 2,50 gulden en werd contant ("per kas") betaald. Dit was dus tien dagen na de gestelde deadline.
Het adres, Lindengracht 256, is saillant omdat de Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan een bekende marktlocatie is. De heer Roger woonde dus waarschijnlijk op de plek waar hij ook zijn kraam exploiteerde of direct nabij. Het document dateert van exact één maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het toont de normale gang van zaken van de gemeentelijke administratie in Amsterdam in de laatste weken van de vooroorlogse periode. Ondanks de dreigende oorlogssituatie in Europa ging het innen van lokale belastingen en het versturen van waarschuwingen voor kleine bedragen (f 2,50 was destijds overigens een substantieel bedrag voor een dagloner, maar een gangbaar tarief voor marktgeld) gewoon door.
Dergelijke archiefstukken zijn waardevol voor sociaal-economisch onderzoek naar de Amsterdamse markthandel en de manier waarop de overheid vorderingen op burgers beheerde.