Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 437
Dossier 7
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

16 april 1940 Van: J. Renz Aan: Den Heer Inspecteur

Origineel

16 april 1940 J. Renz Den Heer Inspecteur Dapperstraat 16 April 1940

Den Heer
Inspecteur

Dhr: J. Schenkenburg pl:n: 286 verzoekt een
eigen stal te mogen hebben. Nu heeft Schen-
kenburg 2 schragen met opstand en zijl in huur
v/d H:r K. de Boer, maar de tafel waar Schenkenburg
op verkoopt, (haring) is zijn eigendom. Dat hij
een eigen stal wenschte, had hij desgevraagd
in Nov: 1938 moeten opgeven, maar nu, gezien
de overeenkomst met de stallenverhuurders,
kan dat m:i: niet meer toegestaan worden -

J. Renz De brief is een ambtelijk advies gericht aan de marktinspecteur. De kern van de zaak is een verzoek van de heer J. Schenkenburg, die een standplaats (plaatsnummer 286) op de Dapperstraatmarkt bezet. Schenkenburg verkoopt haring en wil graag een volledige eigen marktkraam ("stal") gebruiken.

Uit de tekst blijkt dat hij op dat moment een hybride situatie heeft: hij huurt het frame (schragen en opstand) en het dekzeil ("zijl") van een particuliere verhuurder, de heer K. de Boer, maar de tafel waar de vis op ligt is reeds zijn eigendom.

De schrijver, J. Renz, adviseert om het verzoek af te wijzen. Hij hanteert hiervoor een bureaucratisch argument (een gemiste deadline in november 1938) en een beleidsmatig argument: de huidige exclusieve overeenkomsten met professionele stallenverhuurders laten het niet meer toe dat individuele kooplieden met eigen materiaal op de markt staan. De afkorting "m:i:" staat voor "mijns inziens". Dit document dateert van minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het biedt een waardevol inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de strikte regulering op de Amsterdamse markten in die tijd.

De Dapperstraat was (en is) een belangrijke volksmarkt in Amsterdam-Oost. In deze periode was er een voortdurende strijd tussen de onafhankelijkheid van de kooplieden en de centralisatie van het marktwezen door de gemeente, die contracten afsloot met grote stallenverhuurders voor de uniformiteit en orde op de markt. De vermelding van "haring" als product is typerend voor de Amsterdamse straathandel. Veel kooplieden in Amsterdam-Oost waren van Joodse komaf; hoewel dit document daar niet expliciet over spreekt, was de Joodse gemeenschap zeer sterk vertegenwoordigd in de haringhandel en op de markten in dit stadsdeel.

Samenvatting

De brief is een ambtelijk advies gericht aan de marktinspecteur. De kern van de zaak is een verzoek van de heer J. Schenkenburg, die een standplaats (plaatsnummer 286) op de Dapperstraatmarkt bezet. Schenkenburg verkoopt haring en wil graag een volledige eigen marktkraam ("stal") gebruiken.

Uit de tekst blijkt dat hij op dat moment een hybride situatie heeft: hij huurt het frame (schragen en opstand) en het dekzeil ("zijl") van een particuliere verhuurder, de heer K. de Boer, maar de tafel waar de vis op ligt is reeds zijn eigendom.

De schrijver, J. Renz, adviseert om het verzoek af te wijzen. Hij hanteert hiervoor een bureaucratisch argument (een gemiste deadline in november 1938) en een beleidsmatig argument: de huidige exclusieve overeenkomsten met professionele stallenverhuurders laten het niet meer toe dat individuele kooplieden met eigen materiaal op de markt staan. De afkorting "m:i:" staat voor "mijns inziens".

Historische Context

Dit document dateert van minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het biedt een waardevol inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de strikte regulering op de Amsterdamse markten in die tijd.

De Dapperstraat was (en is) een belangrijke volksmarkt in Amsterdam-Oost. In deze periode was er een voortdurende strijd tussen de onafhankelijkheid van de kooplieden en de centralisatie van het marktwezen door de gemeente, die contracten afsloot met grote stallenverhuurders voor de uniformiteit en orde op de markt. De vermelding van "haring" als product is typerend voor de Amsterdamse straathandel. Veel kooplieden in Amsterdam-Oost waren van Joodse komaf; hoewel dit document daar niet expliciet over spreekt, was de Joodse gemeenschap zeer sterk vertegenwoordigd in de haringhandel en op de markten in dit stadsdeel.

Locaties

Dapperstraat Amsterdam

Gerelateerde Documenten 5