Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 446
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief / Ambtelijk schrijven

7 mei 1940 Van: J. Renz

Origineel

Brief / Ambtelijk schrijven 7 mei 1940 J. Renz Waterlooplein 7 Mei 1940

                                                                  Den Heer
                                                                  Inspecteur
                                                                  __________

Hierbij zou ik U in overweging willen geven het
verzoek van Dhr: J. Blitz, om op de markten Water-
looplein en Dapperstraat, een eigen kraam te
mogen plaatsen, niet toe te staan, vooral niet
omdat Dhr: Blitz herhaaldelijk staat te schreeuwen
ik zal die dictatuur om een kraam te huren wel
breken, ik neem een eigen stal. De regeling met
de kramenverhuurders is er nu eenmaal, dus
moet zij nageleefd worden. Dat Dhr: Blitz zomers
f 1.50 per week betaald is onwaar, dat bedrag is
f 2.- per week (aan W. v: Rooyen)

                                                                  J. Renz In deze brief adviseert de schrijver (J. Renz) de marktinspecteur om een verzoek van een zekere heer J. Blitz af te wijzen. Blitz wilde met een eigen kraam op de markten van het Waterlooplein en de Dapperstraat staan, in plaats van een kraam te huren bij de officiële verhuurders.

De argumenten voor de afwijzing zijn tweeledig:
1. Gedrag en houding: Blitz zou zich opruiend gedragen door publiekelijk te roepen dat hij de "dictatuur" van de kramenverhuur wil breken. Dit duidt op een conflict tussen de marktkooplieden en de commerciële partijen die de kramen exploiteerden.
2. Regelgeving en financiën: Renz benadrukt dat bestaande afspraken met kramenverhuurders nageleefd moeten worden om de orde te handhaven. Daarnaast beschuldigt hij Blitz van onwaarheid over de betaalde huurprijs; Blitz beweerde 1,50 gulden te betalen, terwijl dit volgens Renz (en de administratie van ene W. van Rooyen) 2,00 gulden was. De datum van de brief, 7 mei 1940, is historisch zeer saillant. Het is slechts drie dagen voor de Duitse inval in Nederland. De brief schetst een beeld van de dagelijkse spanningen op de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de oorlog.

Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam; de naam "Blitz" is een veelvoorkomende Joods-Nederlandse achternaam. De term "dictatuur" die Blitz gebruikt in de context van de kramenverhuur, laat zien hoe hoog de emoties opliepen over de economische machtspositie van de kramenverhuurders (zoals de genoemde Van Rooyen) ten opzichte van de individuele marktkooplieden. De brief getuigt van de strikte bureaucratische controle op de markthandel in die periode.

Samenvatting

In deze brief adviseert de schrijver (J. Renz) de marktinspecteur om een verzoek van een zekere heer J. Blitz af te wijzen. Blitz wilde met een eigen kraam op de markten van het Waterlooplein en de Dapperstraat staan, in plaats van een kraam te huren bij de officiële verhuurders.

De argumenten voor de afwijzing zijn tweeledig:
1. Gedrag en houding: Blitz zou zich opruiend gedragen door publiekelijk te roepen dat hij de "dictatuur" van de kramenverhuur wil breken. Dit duidt op een conflict tussen de marktkooplieden en de commerciële partijen die de kramen exploiteerden.
2. Regelgeving en financiën: Renz benadrukt dat bestaande afspraken met kramenverhuurders nageleefd moeten worden om de orde te handhaven. Daarnaast beschuldigt hij Blitz van onwaarheid over de betaalde huurprijs; Blitz beweerde 1,50 gulden te betalen, terwijl dit volgens Renz (en de administratie van ene W. van Rooyen) 2,00 gulden was.

Historische Context

De datum van de brief, 7 mei 1940, is historisch zeer saillant. Het is slechts drie dagen voor de Duitse inval in Nederland. De brief schetst een beeld van de dagelijkse spanningen op de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de oorlog.

Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam; de naam "Blitz" is een veelvoorkomende Joods-Nederlandse achternaam. De term "dictatuur" die Blitz gebruikt in de context van de kramenverhuur, laat zien hoe hoog de emoties opliepen over de economische machtspositie van de kramenverhuurders (zoals de genoemde Van Rooyen) ten opzichte van de individuele marktkooplieden. De brief getuigt van de strikte bureaucratische controle op de markthandel in die periode.

Locaties

Amsterdam (Waterlooplein / Dapperstraat)

Gerelateerde Documenten 5