Bijblad van een administratief dossier (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Bijblad van een administratief dossier (Algemene Zaken Model No. 14). 26 april 1940 tot 22 mei 1940. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 05/32/1 1940
26/4-'40.
DOORGEZONDEN: ................................
[Rechtsboven]
Waterlooplein 242
E.M.
[Centrale tekst, handgeschreven]
Kan als afgedaan worden beschouwd Th Ring
Verzoek i/z. eigen materiaal
ingetrokken
[Marginale aantekeningen en parafen rechts]
advies
29-4-'40
[Signatuur, mogelijk: de Beer]
21-5-'40
[Signatuur, mogelijk: de Beer]
[Onderaan]
gb [paraf]
22-5-'40
[Paraf] NP [?]
[Drukwerk linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratief "bijblad", gebruikt voor het bijhouden van de status van een dossier binnen een gemeentelijke of overheidsinstantie (waarschijnlijk de afdeling Algemene Zaken van de gemeente Amsterdam, gezien de verwijzing naar het Waterlooplein).
De kern van de notitie is dat een verzoek met betrekking tot "eigen materiaal" is ingetrokken. De ambtenaar (Th. Ring?) stelt vast dat de zaak hiermee "als afgedaan kan worden beschouwd". Er zijn verschillende processtappen zichtbaar door de opeenvolgende data en parafen:
1. 26-04-1940: Start/registratie op het bijblad.
2. 29-04-1940: Advies gegeven door een functionaris (de Beer?).
3. 21-05-1940: Verdere afhandeling na de meidagen van 1940.
4. 22-05-1940: Definitieve archivering/afsluiting met laatste parafen.
De afkorting "i/z." staat voor "inzake". De letters "E.M." rechtsboven zouden kunnen verwijzen naar "Eigen Materiaal", wat correspondeert met de tekst in het midden. De datering van dit document is historisch zeer relevant. Het verloop van de procedure vindt plaats vlak voor, tijdens en direct na de Duitse inval in Nederland (10-14 mei 1940).
Het feit dat een verzoek "inzake eigen materiaal" op het Waterlooplein (het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam) wordt ingetrokken op 21 of 22 mei 1940 — slechts een week na de Nederlandse capitulatie — is opvallend. Het roept vragen op of de intrekking van het verzoek te maken had met de plotselinge en drastisch veranderde politieke en persoonlijke omstandigheden van de aanvrager als gevolg van de bezetting. Veel administratieve processen kwamen in die weken tot stilstand of namen een noodlottige wending voor inwoners van deze specifieke buurt. M. No Gemeente Amsterdam