Officiële circulaire / Mededeling (Mededeeling No. 9).
Origineel
Officiële circulaire / Mededeling (Mededeeling No. 9). 20 november 1940. GEMEENTELIJK MATERIALENBUREAU
Oudezijds Achterburgwal 213
Amsterdam, 20 November 1940.
Telefoon 43130, toestellen 483, 568, 569 en 576.
№ 100/3/g M.1940
MEDEDEELING No. 9.
Rijksbureau voor Textiel.
Volgens artikel 2 van de Linnenbeschikking No. 1 zijn Linnen en Linnenweefsels aangewezen als distributiegoederen in den zin van artikel 4 der Distributiewet 1939.
Volgens deze beschikking wordt onder "Linnen" verstaan "gezwingeld vlas, al dan niet gehekeld en vlasafvallen, linnen-(vlas-)garens, werkgaren van vlas hieronder begrepen, alsmede gemengde garens, waarvan vlas quantitatief het hoofdbestanddeel uitmaakt", en onder "Linnen Weefsels":
"Manufacturen of stoffen, geheel van linnen, of waarvan hetzij de ketting, hetzij de inslag geheel of voor het grootste gedeelte bestaat uit linnen".
Onder vlaslint wordt verstaan gezwingeld vlas, ongeacht de methode van bewerking en gehekeld vlaslint.
Onder vlasafvallen worden verstaan alle afvallen, welke ontstaan tijdens of na het zwingelen van geroot en ongeroot vlasstroo of van vlasbaard.
Alle dispensaties, die verleend zijn met betrekking tot het verbod, vervat in art. 6 en 8 van de Linnenbeschikking 1939, No. 1, tot koopen, verkoopen, bewerken, verwerken, doen bewerken, doen verwerken, afleveren, vervoeren of doen vervoeren, komen met ingang van 9 November 1940 te vervallen en mitsdien is het van dien datum af verboden zonder schriftelijke algemeene vergunning van den Directeur van het R.T.B. "linnen" of "linnen weefsels" te koopen, te verkoopen, te bewerken, te verwerken, te doen bewerken, te doen verwerken, af te leveren, te vervoeren of te doen vervoeren.
Een schriftelijke speciale vergunning voor den verkoop resp. aflevering van touw kan slechts dan in behandeling worden genomen, indien bij de aanvraag voor een dergelijke speciale vergunning een verklaring van den kooper van dat touw wordt overgelegd, waarin o.m. uitdrukkelijk wordt verklaard, dat het aan den kooper te leveren touw niet bij dezen voorradig is, door hem voor dringend onmiddellijk gebruik zal worden aangewend en niet door iets al of niet van gelijke hoedanigheid, dat daarvoor geschikt te maken is, kan worden vervangen.
Handelaren, die sisaltouw, henneptouw en alle andere uit sisal en hennep vervaardigde eindproducten, voorts cocostouw zonder speciale vergunning van den Directeur van het R.T.B. mogen afleveren aan geregelde afnemers op basis van 50% van de hoeveelheden, afgeleverd in de overeenkomstige maand van het jaar 1939, mogen deze artikelen alleen verkoopen resp. afleveren, indien koopers een verklaring van gelijken inhoud hebben overgelegd. Deze verklaringen moeten door handelaren zorgvuldig worden bewaard, aangezien alle afleveringen, welke op of na 1 November 1940 hebben plaats gehad, volledig moeten zijn gedekt door de bijbehoorende verklaringen.
De verkoop resp. aflevering van cocosvloerbedekking kan zonder speciale vergunning van den Directeur van het R.T.B. geschieden in normale hoeveelheden aan geregelde afnemers.
Katoenen dekens, die minder dan 10% katoen bevatten en voor de rest van afvalstoffen zijn vervaardigd, zijn vrijgesteld van distributie. Dweilen zijn eveneens vrijgesteld.
Rijksbureau voor IJzer en Staal.
Schrot- en ruwijzer-handelaren, die bij het Rijksbureau voor Metalen waren ingeschreven, worden thans van rechtswege bij het Rijksbureau voor IJzer en Staal ingeschreven.
Rijksbureau voor Hout.
Sinds 16 September is het verboden, zonder vergunning van het Rijksbureau hout te koopen, voor zoover het bestemd is om hier te lande te worden ingevoerd.
Met het Departement wordt een definitieve regeling betreffende het geven van vergunningen voor import voorbereid. Inmiddels zijn door het Rijksbureau voor bepaalde gevallen vergunningen verleend.
Tot het inwerkingtreden van de definitieve regeling zullen voor den vervolge aanvragen tot het verkrijgen van deze vergunning moeten geschieden door den Kooper, op daarvoor bestemde formulieren. Copie-contract moet met het aanvraagformulier * Administratieve structuur: Het document illustreert de bureaucratische controle tijdens de bezetting. De "Rijksbureaus" fungeerden als centrale organen die de schaarse grondstoffen per sector reguleerden.
* Terminologie: Er wordt gebruikgemaakt van technische vaktermen uit de textielindustrie (gezwingeld vlas, hekelen, ketting en inslag) om juridische definities vast te leggen. Dit was noodzakelijk om mazen in de distributiewetgeving te voorkomen.
* Verscherping van toezicht: De belangrijkste mededeling is het intrekken van alle eerdere vrijstellingen (dispensaties) per 9 november 1940. Vanaf dat moment is voor bijna elke handeling (koop, verkoop, transport) een schriftelijke vergunning van het Rijksbureau voor Textiel (R.T.B.) vereist.
* Schaarsheid en Quota: Voor touwproducten (sisal, hennep, kokos) wordt een quotum ingesteld van 50% ten opzichte van de hoeveelheden uit 1939. Kopers moeten bovendien een "verklaring van dringendheid" afgeven, wat wijst op groeiende tekorten.
* Uitzonderingen: Opvallend is dat producten van zeer lage kwaliteit, zoals dekens met minder dan 10% katoen (gemaakt van afval) en dweilen, nog vrijgesteld zijn. Dit duidt erop dat de hoogwaardige grondstoffen prioritair waren voor de (oorlogs)economie. Dit document dateert van november 1940, circa zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze fase begon de bezetter de Nederlandse economie steeds strakker te organiseren ten behoeve van de Duitse oorlogsvoering.
De genoemde Distributiewet 1939 was oorspronkelijk door de Nederlandse regering in de mobilisatietijd opgesteld om hamsteren te voorkomen en eerlijke verdeling te garanderen. Onder de bezetting werd deze wetgeving door de Rijksbureaus echter ingezet als instrument voor de Lenkung (sturing) van de economie. Grondstoffen zoals ijzer, staal, hout en textiel (linnen) waren cruciaal voor de oorlogsindustrie. De "Mededeeling" toont de transitie van een vrije markt naar een volledige distributie-economie, waarbij de burger en de kleine handelaar volledig afhankelijk werden van centrale overheidsvergunningen.