Getypt afschrift van een ambtelijke brief/geleidebrief.
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijke brief/geleidebrief. 7 december 1939. De Wethouder voor de Gemeentebedrijven (Jan Rustige). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen. No.15/9/3 M.1939 11/12 AFSCHRIFT.
No.886 L.M.1939.
No.27/82 G.B.1939.
De Wethouder voor de Gemeentebedrijven heeft de eer deze stukken te doen toekomen aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen, naar aanleiding van diens kantschrijven van 21 Nov.1939 No.886 L.M.
Amsterdam, 7 December 1939.
De Wethouder,
Rustige. Dit document is een formele ambtelijke mededeling tussen twee Amsterdamse wethouders. Het dient als geleidebrief voor bijgevoegde stukken. De stijl is uiterst formeel en hoffelijk ("heeft de eer... te doen toekomen"), wat kenmerkend is voor de bestuursstijl van die periode. De tekst verwijst naar een 'kantschrijven' (een korte aantekening in de kantlijn van een ander document) van enkele weken eerder, wat wijst op een lopend dossier tussen beide portefeuilles. De afkortingen in de referentienummers duiden waarschijnlijk op de betreffende diensten: 'L.M.' voor Levensmiddelen en 'G.B.' voor Gemeentebedrijven. Het document dateert van december 1939, de periode van de 'Schemeroorlog'. Terwijl Nederland nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al begonnen. Dit leidde tot mobilisatie en een verhoogde aandacht voor de voedselvoorziening (Levensmiddelen). Jan Rustige (SDAP) was in die tijd een invloedrijk wethouder in Amsterdam. De brede portefeuille van de ontvanger (Levensmiddelen, wasserijen, badhuizen) laat zien hoe diep de gemeentelijke overheid destijds betrokken was bij het sociale en hygiënische welzijn van de stadbevolking. Rustige bleef wethouder tot mei 1940, waarna hij door de Duitse bezetter werd afgezet. L.M.
Samenvatting
Dit document is een formele ambtelijke mededeling tussen twee Amsterdamse wethouders. Het dient als geleidebrief voor bijgevoegde stukken. De stijl is uiterst formeel en hoffelijk ("heeft de eer... te doen toekomen"), wat kenmerkend is voor de bestuursstijl van die periode. De tekst verwijst naar een 'kantschrijven' (een korte aantekening in de kantlijn van een ander document) van enkele weken eerder, wat wijst op een lopend dossier tussen beide portefeuilles. De afkortingen in de referentienummers duiden waarschijnlijk op de betreffende diensten: 'L.M.' voor Levensmiddelen en 'G.B.' voor Gemeentebedrijven.
Historische Context
Het document dateert van december 1939, de periode van de 'Schemeroorlog'. Terwijl Nederland nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al begonnen. Dit leidde tot mobilisatie en een verhoogde aandacht voor de voedselvoorziening (Levensmiddelen). Jan Rustige (SDAP) was in die tijd een invloedrijk wethouder in Amsterdam. De brede portefeuille van de ontvanger (Levensmiddelen, wasserijen, badhuizen) laat zien hoe diep de gemeentelijke overheid destijds betrokken was bij het sociale en hygiënische welzijn van de stadbevolking. Rustige bleef wethouder tot mei 1940, waarna hij door de Duitse bezetter werd afgezet.