Officiële oproepbrief (doorslag van een getypt document).
Origineel
Officiële oproepbrief (doorslag van een getypt document). 18 januari 1941. De Directeur van een niet nader genoemde dienst, gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14 te Amsterdam (W). Den Heer J.J. Koentjes, Bloemstraat 62 hs, Amsterdam-Centrum. HG.
den Heer J.J. Koentjes,
Bloemstraat 62 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
2B/3/2 M.
18 Januari 1941.
Hiermede verzoek ik U zich een dezer dagen te willen
vervoegen ten hoofdkantore van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam.(W).
De Directeur, * Inhoud: De brief is een korte, formele oproep aan de heer J.J. Koentjes om zich persoonlijk te melden bij het hoofdkantoor van een gemeentelijke of overheidsdienst. Er wordt geen specifieke reden voor de oproep vermeld, wat typerend is voor de zakelijke, bureaucratische stijl van die tijd.
* Toon: De toon is dwingend doch beleefd ("verzoek ik U zich... te willen vervoegen"), passend bij een officiële instantie.
* Formaat: Het document is een doorslag op dun papier, wat duidt op een administratief archiefexemplaar. De codes in de marge dienden voor de interne dossiervorming en wijkindeling. * Historische periode: De brief is gedateerd in januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Dit was een periode waarin de administratieve controle op de bevolking door zowel de bezetter als het meewerkende ambtenarenapparaat sterk werd opgevoerd.
* Locatie: Het adres Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was tijdens de oorlog de zetel van diverse gemeentelijke instanties, waaronder de Distributiedienst en de Luchtbeschermingsdienst. Gezien de datum en de aard van dergelijke oproepen in die tijd, zou de oproep te maken kunnen hebben met de uitgifte van distributiestamkaarten, arbeidsinzet (Arbeitseinsatz) of een controle op de persoonsregistratie.
* Betekenis: Hoewel de tekst op het eerste gezicht onschuldig lijkt, kregen dergelijke oproepen in 1941 een steeds beladener karakter. In januari 1941 werd bijvoorbeeld ook de aanmeldingsplicht voor Joodse burgers afgekondigd (Verordening 6/41), hoewel er uit dit specifieke document niet direct af te leiden valt of deze oproep daarmee verband houdt. Het illustreert in ieder geval de nauwgezette bureaucratische grip op de Amsterdamse burger tijdens de bezettingsjaren. J.J. Koentjes