Ambtsverslag / Rapportage van de afdeling Marktwezen.
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage van de afdeling Marktwezen. 7 augustus 1941 (met aanvullende afhandeling op 8 en 9 augustus 1941). [Stempel bovenaan:]
№ 2/3/43 / [..] 341 7/8
[Getypte tekst:]
R A P P O R T
W.G. Rijsenbrij, oud 24 jaar en wonende Kuiperstraat 67 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart van 1937 tot heden in de betrokken kleinhandel als personeel werkzaam te zijn. Bij onderzoek in administratie van het Kaartenbureau is gebleken, dat hij van 1 Januari 1938 tot 6 Juli 1938 als personeel werkzaam is geweest bij kooper J. Bruijn en van Juli 1938 tot 7 Juli 1941 bij kooper R. van der Poel. In dien tijd heeft hij als zoodanig toegang gehad tot de Centrale Markt. Hij wil thans voor zichzelf beginnen en daartoe een vaste wijk vormen in het stadsdeel Zuid alhier. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam 7 Aug. 1941
Controleur, [Handtekening: S. Velthuis]
[Handgeschreven notities in inkt:]
[Grote paraaf links: mogelijk J. de Boer]
Verklaring stempelen en doorzending naar de Chef.
Accoord: [Paraaf] 8/8 '41
Doorgezonden 9/8 '41 [Paraaf] Dit document is een officieel rapport opgesteld door een controleur van het Amsterdamse Marktwezen. Het betreft de screening van Willem Gerrit Rijsenbrij, die een vergunning aanvraagt om als zelfstandig groenten- en fruithandelaar een "wijk" (ventwijk) te mogen bedienen in Amsterdam-Zuid.
De ambtenaar heeft de opgegeven werkervaring geverifieerd bij het Kaartenbureau, waaruit bleek dat de aanvrager inderdaad meerdere jaren als knecht bij erkende kooplieden (J. Bruijn en R. van der Poel) heeft gewerkt en zodoende bekend is met de regels van de Centrale Markt. De controleur geeft een positief advies ("naar waarheid beantwoord"). De handgeschreven aantekeningen onderaan tonen de bureaucratische gang van zaken: de controleur legt het voor aan de chef, die op 8 augustus akkoord geeft, waarna het dossier op 9 augustus officieel wordt doorgezonden voor verdere afhandeling. Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie steeds strakker gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheid (de distributie en schaarste namen toe).
Voor de handel in levensmiddelen was een officiële vergunning cruciaal om toegang te krijgen tot de groothandel op de Centrale Markt. Het "Kaartenbureau" speelde hierin een centrale rol; zij hielden de registraties bij van wie bevoegd was om te handelen. Dat Rijsenbrij in Amsterdam-Zuid wilde venten is interessant, aangezien dit stadsdeel destijds een gegoede buurt was, maar ook een wijk waar door de bezetter ingrijpende maatregelen werden genomen tegen de Joodse bevolking en hun economische posities. Dit rapport toont de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie die, ondanks de oorlogsomstandigheden, strikt de procedures volgde voor het verlenen van handelsvergunningen. J. Bruijn J. de Boer S. Velthuis W.G. Rijsenbrij Marktwezen