Registratiekaart / oproepkaart (waarschijnlijk voor de Werkverschaffing).
Origineel
Registratiekaart / oproepkaart (waarschijnlijk voor de Werkverschaffing). [Links in de kantlijn, verticaal geschreven:]
7 / 10
I
Naam v. d. opgeroepene D. de Rijke (Lindengr.)
Opgeroepen op [geen dag vermeld] dag 22/6 29/6 '38 tusschen [leeg] en [leeg]
of op [leeg] dag [leeg] tusschen [leeg] en [leeg]
Artikel 11 ~~b~~/c datum van ingang 24 Dec '37 (24 Juni '38)
Gesproken met [leeg]
Opgekomen [leeg]
Aanteekeningen [leeg]
Opmerkingen betrokkene verzoekt ^ten hoogste^ nog drie maanden uitstel. Heeft melkhandel en kan met dit artikel momenteel niet verder.
Advies m.i. geen bezwaar.
[Onderaan links:]
p. 14-21 / 12 '38 opnieuw opgeroepen
[Onderaan midden:]
29-6-38
dellan [?]
[Onderaan rechts:]
Accoord, De Directeur,
[handtekening] De Haan Het document is een administratieve kaart betreffende de oproep van een burger, D. de Rijke, in het kader van "Artikel 11". Gezien de datering (jaren '30) en de terminologie, verwijst dit zeer waarschijnlijk naar de regelgeving rondom de Werkverschaffing of de steunverlening tijdens de crisisjaren.
De heer De Rijke vraagt om uitstel van zijn oproep (waarschijnlijk voor verplichte arbeid of een specifieke regeling). Zijn motivatie is dat hij een eigen onderneming heeft, een melkhandel, die hij niet kan combineren met de verplichtingen die voortvloeien uit het genoemde artikel. De adviseur gaat hiermee akkoord ("m.i. geen bezwaar"), wat wordt bekrachtigd door de directeur. Uit de latere aantekening linksonder blijkt dat hij in december 1938 opnieuw is opgeroepen. In de jaren '30 kampte Nederland met een enorme werkloosheid als gevolg van de Grote Depressie. De overheid stelde de Werkverschaffing in: werklozen die een uitkering (steun) ontvingen, konden worden opgeroepen om zwaar fysiek werk te verrichten, zoals het ontginnen van land of het aanleggen van parken (bijv. het Amsterdamse Bos).
De vermelding "Lindengr." suggereert dat de betrokkene in de Jordaan in Amsterdam woonde. Kleine zelfstandigen, zoals melkboeren, zaten vaak in een lastige positie; hun inkomsten waren soms zo laag dat ze aanspraak moesten maken op aanvullende steun, maar de bijbehorende werkverplichtingen maakten het runnen van hun eigen zaak onmogelijk. Dit document illustreert de bureaucratische afhandeling van dergelijke individuele crisissituaties. D. de Rijke De Rijke (De heer)
Samenvatting
Het document is een administratieve kaart betreffende de oproep van een burger, D. de Rijke, in het kader van "Artikel 11". Gezien de datering (jaren '30) en de terminologie, verwijst dit zeer waarschijnlijk naar de regelgeving rondom de Werkverschaffing of de steunverlening tijdens de crisisjaren.
De heer De Rijke vraagt om uitstel van zijn oproep (waarschijnlijk voor verplichte arbeid of een specifieke regeling). Zijn motivatie is dat hij een eigen onderneming heeft, een melkhandel, die hij niet kan combineren met de verplichtingen die voortvloeien uit het genoemde artikel. De adviseur gaat hiermee akkoord ("m.i. geen bezwaar"), wat wordt bekrachtigd door de directeur. Uit de latere aantekening linksonder blijkt dat hij in december 1938 opnieuw is opgeroepen.
Historische Context
In de jaren '30 kampte Nederland met een enorme werkloosheid als gevolg van de Grote Depressie. De overheid stelde de Werkverschaffing in: werklozen die een uitkering (steun) ontvingen, konden worden opgeroepen om zwaar fysiek werk te verrichten, zoals het ontginnen van land of het aanleggen van parken (bijv. het Amsterdamse Bos).
De vermelding "Lindengr." suggereert dat de betrokkene in de Jordaan in Amsterdam woonde. Kleine zelfstandigen, zoals melkboeren, zaten vaak in een lastige positie; hun inkomsten waren soms zo laag dat ze aanspraak moesten maken op aanvullende steun, maar de bijbehorende werkverplichtingen maakten het runnen van hun eigen zaak onmogelijk. Dit document illustreert de bureaucratische afhandeling van dergelijke individuele crisissituaties.