Archiefdocument
Origineel
Is nog in werkverschaffing
waarschijnlijk tot eind
Januari 1939
In februari opnieuw oproepen
28-12-'38
de Boer [?]
Accord
30-12-38
W Lans
opgeroepen p $\frac{22}{3} / \frac{29}{3}$ '39
Kan zijn brood
niet op de markt
verdienen
Advies: intrekken
29-3-39
de Boer [?]
Accord
31-3-'39 W Lans Het document documenteert het verloop van een dossier betreffende een individu in de "werkverschaffing" (gesubsidieerde arbeid voor werklozen).
- Status december 1938: De betrokkene is werkzaam in de werkverschaffing tot eind januari 1939. Er wordt besloten om de persoon in februari opnieuw op te roepen voor evaluatie. Dit wordt op 30 december geaccordeerd door een leidinggevende (W Lans).
- Evaluatie maart 1939: De persoon is opgeroepen op 22 en 29 maart 1939. De conclusie van de ambtenaar is dat de betrokkene "zijn brood niet op de markt [kan] verdienen". Dit wijst erop dat de persoon fysiek of mentaal niet in staat wordt geacht om een reguliere baan te behouden in de private sector.
- Besluit: Op basis van deze conclusie luidt het advies "intrekken". In deze context betekent dit waarschijnlijk het intrekken van de verplichting tot solliciteren of het beëindigen van de tijdelijke werkverschaffing ten gunste van een andere vorm van (permanente) sociale ondersteuning of arbeidsongeschiktheid. Dit advies wordt op 31 maart 1939 definitief geaccordeerd. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin Nederland nog kampte met de gevolgen van de Grote Depressie. De overheid zette grootschalige "werkverschaffingsprojecten" op (zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos of ontginningen in Drenthe) om werklozen aan het werk te houden en een uitkering te rechtvaardigen.
De zinsnede "niet op de markt verdienen" is een typische ambtelijke kwalificatie uit die tijd. Het duidde aan dat iemand 'onvolwaardig' was voor de reguliere arbeidsmarkt. Dergelijke dossiers zijn cruciaal voor sociaal-historisch onderzoek naar de manier waarop de overheid omsprong met werkloosheid, armoede en de classificatie van burgers op basis van hun arbeidsproductiviteit vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Samenvatting
Het document documenteert het verloop van een dossier betreffende een individu in de "werkverschaffing" (gesubsidieerde arbeid voor werklozen).
- Status december 1938: De betrokkene is werkzaam in de werkverschaffing tot eind januari 1939. Er wordt besloten om de persoon in februari opnieuw op te roepen voor evaluatie. Dit wordt op 30 december geaccordeerd door een leidinggevende (W Lans).
- Evaluatie maart 1939: De persoon is opgeroepen op 22 en 29 maart 1939. De conclusie van de ambtenaar is dat de betrokkene "zijn brood niet op de markt [kan] verdienen". Dit wijst erop dat de persoon fysiek of mentaal niet in staat wordt geacht om een reguliere baan te behouden in de private sector.
- Besluit: Op basis van deze conclusie luidt het advies "intrekken". In deze context betekent dit waarschijnlijk het intrekken van de verplichting tot solliciteren of het beëindigen van de tijdelijke werkverschaffing ten gunste van een andere vorm van (permanente) sociale ondersteuning of arbeidsongeschiktheid. Dit advies wordt op 31 maart 1939 definitief geaccordeerd.
Historische Context
Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin Nederland nog kampte met de gevolgen van de Grote Depressie. De overheid zette grootschalige "werkverschaffingsprojecten" op (zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos of ontginningen in Drenthe) om werklozen aan het werk te houden en een uitkering te rechtvaardigen.
De zinsnede "niet op de markt verdienen" is een typische ambtelijke kwalificatie uit die tijd. Het duidde aan dat iemand 'onvolwaardig' was voor de reguliere arbeidsmarkt. Dergelijke dossiers zijn cruciaal voor sociaal-historisch onderzoek naar de manier waarop de overheid omsprong met werkloosheid, armoede en de classificatie van burgers op basis van hun arbeidsproductiviteit vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.