Extract uit het Boek der Besluiten van de Regeringscommissaris voor Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Regeringscommissaris voor Amsterdam. 1 augustus 1941. [Linksboven, gestempeld/getypt:]
№ 18/15/3 M. 1941 16/8
[Rechtsboven, handgeschreven in blauw:]
dett Martha [?]
[Linkerbovenhoek, handgeschreven in rood potlood:]
2x
[Bovenste regel tekst:]
No. 472 L.M. 1941 Het niet-geven van nieuwe standplaats-
vergunningen aan niet-Ariërs.
[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam.
Vrijdag, 1 Augustus 1941.
[Rechts in de marge, handgeschreven annotaties in blauw:]
Div
Insp
707 Dank voor
Th De Boer
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch-
en Schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, wordt het volgende be-
sluit genomen:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
B e s l u i t :
geen nieuwe standplaatsvergunningen uit te geven aan niet-Ariërs.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdee-
ling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrich-
tingen (4 stuks).
V.
8
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Rechtsonder, handgeschreven annotatie:]
Zen Afd
Stgr.
20/viii 41 Dit document is een administratieve neerslag van de anti-Joodse politiek tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het is een formeel besluit van de Regeringscommissaris van Amsterdam (destijds Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld nadat de democratische gemeenteraad buitenspel was gezet).
De kern van het besluit is de uitsluiting van "niet-Ariërs" (een nazi-eufemisme voor Joden) van het verkrijgen van nieuwe standplaatsvergunningen. Hiermee werd het voor Joodse Amsterdammers onmogelijk gemaakt om een nieuw bedrijf te starten in de straathandel of op markten. Het is een voorbeeld van de 'economische ariërisering', waarbij Joden stapsgewijs uit het economische leven werden verdrongen.
Opvallend is de ambtelijke droogheid waarmee deze discriminerende maatregel wordt gepresenteerd als een regulier besluit op voorstel van een wethouder, en de verspreiding ervan naar diverse gemeentelijke afdelingen (levensmiddelen, waschinrichtingen, badhuizen). In de zomer van 1941 was de isolatie van de Joodse bevolking in Nederland in volle gang. Na de registratieplicht voor Joden (januari 1941) en de verwijdering van Joden uit de ambtenarij, volgden talloze verordeningen die hen de toegang tot openbare voorzieningen ontzegden en hun mogelijkheden om in hun eigen levensonderhoud te voorzien stelselmatig afbraken.
Dit specifieke besluit van 1 augustus 1941 valt in de periode waarin de bezetter en collaborerende instanties de grip op de Amsterdamse economie verstevigden. Standplaatsvergunningen waren cruciaal voor de vele kleine handelaren in de stad. Door deze te weigeren op basis van 'ras', werd een specifieke groep burgers direct in hun bestaanszekerheid getroffen. Dergelijke documenten vormen het bewijs van de bureaucratische medewerking van het gemeentebestuur aan de Jodenvervolging.