Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 23
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie / memo.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie / memo. Vragen voor te leggen of Gem. Bestuur

mogen christenvrouwen van joodsche kooplieden plaatsen innemen op christel. markten en omgekeerd.

mogen christenvrouwen van joodsche marktkooplieden op joodsche markten staan.

Christen stallenverhuurders & karren? voor en na markttijd op joodsche markten—

's ochtends voor 9 uur
na sluituur

bij scheerzeep & mesjes ook brillantine?

[Margesnotitie links:]
nu
Rekenen
bespreken

overschrijven vent vergunning
overschrijven op vrouw alleen op
degene die van de Gemeente waren

Mr. Reitsma: verdeellijst zoetwatervisch sturen
Overzicht mosselen laten bewerken

202 Het document is een werklijst met beleidsvragen voor het Gemeentebestuur, vermoedelijk opgesteld door een ambtenaar van de Marktdienst of de afdeling Economische Zaken. De tekst weerspiegelt de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

De kernpunten zijn:
1. Segregatie op de markt: Er wordt gezocht naar uitsluitsel over de positie van "gemengde" echtparen (christelijke vrouwen getrouwd met Joodse mannen). De vraag is of zij onder de beperkingen voor Joden vallen of dat hun "Arische" status hen toegang geeft tot de algemene markten.
2. Logistiek: Er wordt gevraagd of niet-Joodse stalverhuurders buiten de reguliere tijden de Joodse markten mogen betreden voor op- en afbouw.
3. Producten: Er is onduidelijkheid over welke producten (zoals brillantine) onder specifieke vergunningen vallen.
4. Voedselvoorziening: De onderste regels betreffen de distributie van zoetwatervis en mosselen, wat duidt op de schaarste en de strakke overheidsregie op voedsel in oorlogstijd. Dit document stamt uit de periode 1941-1942, toen de nazi-bezetter in Nederland begon met het systematisch weren van Joden uit het openbare leven. In september 1941 werden in Amsterdam specifieke "Joodse markten" aangewezen (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspstraatje), waar alleen Joden mochten kopen en verkopen.

De vragen in dit memo tonen aan hoe de Nederlandse bureaucratie worstelde met de praktische uitvoering van de rassenwetten, met name bij personen in gemengde huwelijken. De genoemde "Mr. Reitsma" was een bekende figuur binnen de Amsterdamse Marktdienst die direct betrokken was bij het toezicht op deze gesegregeerde markten. De administratieve toon van het document staat in schril contrast met de ingrijpende menselijke gevolgen van deze uitsluitingsmaatregelen. Mr. Reitsma (waarschijnlijk een ambtenaar bij de Amsterdamse Marktdienst).

Samenvatting

Het document is een werklijst met beleidsvragen voor het Gemeentebestuur, vermoedelijk opgesteld door een ambtenaar van de Marktdienst of de afdeling Economische Zaken. De tekst weerspiegelt de bureaucratische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

De kernpunten zijn:
1. Segregatie op de markt: Er wordt gezocht naar uitsluitsel over de positie van "gemengde" echtparen (christelijke vrouwen getrouwd met Joodse mannen). De vraag is of zij onder de beperkingen voor Joden vallen of dat hun "Arische" status hen toegang geeft tot de algemene markten.
2. Logistiek: Er wordt gevraagd of niet-Joodse stalverhuurders buiten de reguliere tijden de Joodse markten mogen betreden voor op- en afbouw.
3. Producten: Er is onduidelijkheid over welke producten (zoals brillantine) onder specifieke vergunningen vallen.
4. Voedselvoorziening: De onderste regels betreffen de distributie van zoetwatervis en mosselen, wat duidt op de schaarste en de strakke overheidsregie op voedsel in oorlogstijd.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode 1941-1942, toen de nazi-bezetter in Nederland begon met het systematisch weren van Joden uit het openbare leven. In september 1941 werden in Amsterdam specifieke "Joodse markten" aangewezen (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspstraatje), waar alleen Joden mochten kopen en verkopen.

De vragen in dit memo tonen aan hoe de Nederlandse bureaucratie worstelde met de praktische uitvoering van de rassenwetten, met name bij personen in gemengde huwelijken. De genoemde "Mr. Reitsma" was een bekende figuur binnen de Amsterdamse Marktdienst die direct betrokken was bij het toezicht op deze gesegregeerde markten. De administratieve toon van het document staat in schril contrast met de ingrijpende menselijke gevolgen van deze uitsluitingsmaatregelen.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3