Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 31 oktober 1941. [Handgeschreven tekst linksboven, deels onleesbaar: "Hier... beland ... van den ..."]
[Handgeschreven tekst rechtsboven: "Markth."]
No 18/15/9 M.1941 10/11
No.951 L.M.1941
Tijdelijke hulpmarkten voor Joden.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam
Vrijdag, 31 October 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
B e s l u i t :
met ingang van 3 November 1941 tot en met 1 Januari 1942 als tijdelijke hulpmarkten van de algemeene dagmarkten aan te wijzen: den speeltuin op het Waterlooplein, den speeltuin aan de Joubertstraat en den speeltuin aan de Gaaspstraat met dien verstande:
1o dat op voornoemde markten uitsluitend mogen worden uitgestald en verkocht levensmiddelen en textielwaren;
en 2o dat op voornoemde markten uitsluitend Joodsche marktkooplieden een plaats kunnen innemen en uitsluitend Joodsche bezoekers aldaar worden toegelaten.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks), Algemeene Zaken (2 stuks), Financien (2 stuks) en Onderwijs (2 stuks).
WvA.
A-C.S.Stadhuis
A'dam, 11-'41.
Voor eenluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) H. v. Beuren
[Handgeschreven paraaf rechtsboven: "M. v. Du... / m.p."] Dit document is een officieel besluit van de toenmalige (pro-Duitse) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. Het markeert een specifieke fase in de segregatie van de Joodse bevolking tijdens de Duitse bezetting.
- Segregatie: Het besluit verbiedt Joodse kooplui en klanten deel te nemen aan de reguliere markten. In plaats daarvan worden zij gedwongen naar afgesloten locaties ("speeltuinen") te gaan.
- Locaties: De gekozen locaties (Waterlooplein, Joubertstraat, Gaaspstraat) bevonden zich in buurten met een grote Joodse populatie. Door speeltuinen te gebruiken, konden de markten gemakkelijk worden afgezet en gecontroleerd.
- Bureaucratie: Het document toont de ambtelijke precisie waarmee de vervolging werd uitgevoerd. Het besluit werd verspreid over diverse gemeentelijke afdelingen (Financiën, Onderwijs, etc.), wat aantoont dat de uitsluiting van Joden in elk facet van het stadsbestuur werd doorgevoerd.
- Beperkingen: Er wordt specifiek vermeld dat alleen levensmiddelen en textiel verkocht mogen worden, wat wijst op een strikte regulering van de schaarse goederen tijdens de oorlogsjaren. In het najaar van 1941 intensiveerden de Duitse bezetter en de collaborerende overheid de anti-Joodse maatregelen. Na de eerdere verwijdering van Joden uit overheidsdienst en het verbieden van toegang tot openbare parken en theaters, was de segregatie van de handel een volgende stap in het sociaal en economisch isoleren van de Joodse gemeenschap.
Deze "hulpmarkten" waren in feite gettomarkten. De maatregel liep vooruit op de latere verplichting tot het dragen van de Jodenster (mei 1942) en de grootschalige deportaties die in de zomer van 1942 begonnen. Het feit dat dit besluit werd genomen door de Amsterdamse burgemeester op voorstel van een wethouder, onderstreept de actieve medewerking van het Nederlandse overheidsapparaat aan de uitvoering van de antisemitische politiek van de bezetter.