Ambbtelijke brief/notitie met instructies aan marktkooplieden.
Origineel
Ambbtelijke brief/notitie met instructies aan marktkooplieden. 12 december 1941. A'dam, 12/12 1941
1 M. Roos Halllaan 2, Naarden.
2 A. de Groot. Snoekjesgr. 11 bis. [Aantekening: 15/12/41]
3 M. Grootkerk Nw. Kerkstr. 77 [Rood stempel/aantekening: 18/15/15 M]
Hierbij deel ik U mede, zulks i.v.m. het onderhoud, dat de Inspecteur van mijn dienst één dezer dagen met u heeft gehad, dat U zich voor het aanvragen van een standplaats met bloemen op 1/3 (zie bijlage) schriftelijk kunt wenden tot den heer Wethouder L.M. Raadhuis; een en ander i.v.m. het feit, dat U als Joodschen marktkoopman in bloemen geen plaats moogt bezetten op de voor Joden aangewezen tijdelijke hulpmarkten.
D.D.
[Onleesbare handtekening/paraf] * Onderwerp: De uitsluiting van Joodse bloemenkooplieden van bepaalde markten en de instructie voor het aanvragen van alternatieve standplaatsen.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands uit de bezettingstijd. De tekst bevat verschillende doorhalingen en tussenvoegingen die duiden op een concept of een nauwgezette ambtelijke instructie.
* "tot het verkrijgen" is vervangen door "voor het aanvragen".
* "één dezer dagen" is tussengevoegd om de tijdslijn van het gesprek met de inspecteur te specificeren.
* "als gevolg voor" is vervangen door "i.v.m." (in verband met).
* Sleutelbegrippen:
* "Joodschen marktkoopman": Een expliciete categorisering op basis van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
* "Tijdelijke hulpmarkten": Dit verwijst naar de aparte markten die door de bezetter waren ingesteld om Joden te isoleren uit het openbare economische leven (segregatie).
* "1/3": Mogelijk een verwijzing naar een datum (1 maart) of een specifieke verordening/bijlage. Dit document stamt uit december 1941, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in het bezette Nederland snel intensiveerden. Vanaf de herfst van 1941 werden Joodse marktkooplieden in Amsterdam stelselmatig verdreven van de reguliere markten. Er werden specifieke "Jodenmarkten" ingesteld (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat), maar blijkbaar mochten bloemenverkopers zelfs daar onder bepaalde omstandigheden geen plek bezetten, of gold er een specifieke regeling voor hen.
De adressen in de brief zijn veelzeggend: de Nieuwe Kerkstraat en de Snoekjesgracht lagen in het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitsluiting en de beperking van de bewegingsvrijheid en broodwinning van de Joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog.