Getypte notitie/ambtelijk verslag op papier.
Origineel
Getypte notitie/ambtelijk verslag op papier. 23 december 1941 23 December 1941.
Mevr. Polak-Hakker is winkelhoudster van de fa. Hakker "De Concurrent", P.C. Hooftstraat 67, dezelfde firma, die ook een winkel in de Beethovenstraat 58, heeft.
Fa. Hakker moet liquideeren. Dit is eenige malen mondeling medegedeeld door 2 Duitsche heeren, namelijk Walter Sieber (Tulpstraat 2) en een ander, laatstelijk 16 December jl. Mogen thans niet meer inkoopen, alleen uitverkoopen. Opbrengst moet worden gedeponeerd op Amsterdamsche Bank op naam van Walter Sieber.
Vraagt zoo mogelijk een ventvergunning en wanneer dit niet mogelijk is een plaats op een der Joodsche markten.
Bestaat de mogelijkheid om vaste klanten te bedienen, dat wil zeggen zonder winkel, dus alleen verkoop aan huis?
Mag iemand, wiens winkelzaak is geliquideerd in anderen vorm als verkooper optreden, bijvoorbeeld als marktkoopman of door het bedienen van vaste klanten aan huis. * Arisering en Liquidatie: Dit document is een direct getuigenis van de ‘Arisering’ van het Nederlandse bedrijfsleven. Joodse ondernemers werden gedwongen hun zaken te sluiten of over te dragen. In dit geval wordt de firma gedwongen tot liquidatie (uitverkoop).
* De rol van de 'Verwalter': Walter Sieber treedt hier op als een door de bezetter aangestelde beheerder of liquidateur. Het feit dat de opbrengst van de uitverkoop op een rekening op zijn naam moet worden gestort, illustreert de legale diefstal van Joods bezit.
* Mondelinge aanzegging: Het woord "mondeling" is in de tekst onderstreept. Dit duidt op de onzekerheid en de druk waaronder de ondernemer stond; er was vaak geen officieel schrijven, wat juridisch verweer vrijwel onmogelijk maakte.
* Overlevingsstrategie: De vragen onderaan de notitie tonen de wanhoop van de eigenaresse. Ze probeert via alternatieve wegen (ventvergunning, Joodse markten, verkoop aan huis) nog een inkomen te genereren nu haar fysieke winkels worden ontnomen. In december 1941 was de uitsluiting van Joden uit het economische leven in volle gang. Op basis van de verordeningen 189/40 en 48/41 moesten Joodse bedrijven worden aangemeld en konden ze onder Duits beheer worden gesteld of geliquideerd.
De locaties die in het document worden genoemd (P.C. Hooftstraat en Beethovenstraat) waren (en zijn) chique winkelstraten in Amsterdam. De "Joodsche markten" waarnaar wordt verwezen, werden vanaf najaar 1941 door de bezetter ingesteld (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat) om Joodse handelaren te isoleren van de rest van de bevolking. Dit document bevindt zich waarschijnlijk in de archieven van de Joodsche Raad of een instantie die adviseerde bij de liquidatie van Joodse zaken.