Handgeschreven ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief/memorandum. 30 december 1941. W.L.M. (initialen). [Bovenaan links]
Vragen van Joodsche winkeliers.
[Bovenaan rechts]
A'dam, 30/12 1941
W. L. M.
18/15/19
30/12/41 158
[Linker marge, verticaal geschreven]
bevorderen, dat deze vraag ter beoordeling wordt voorgelegd aan de betreffende Duitsche instanties.
[Geparafeerd:] DDM
[Hoofdtekst]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat Mevr. Polak-Slakker, winkelhoudster van de Fa. N. Slakker, P.C. Hooftstraat 67 en Beethovenstr. 58 mij tijdens een bezoek te mijnen kantore heeft medegedeeld, dat voornoemde firma mondeling is aangezegd, dat ze moet liquideeren.
De firma mag thans niet meer inkoopen, doch uitsluitend haar voorraden uitverkoopen.
Mevr. Polak stelt thans de vraag of zij in het bezit van een ventvergunning kan worden gesteld en zoo neen of zij dan een plaats mag innemen op een Joodsche markt. Zij vraagt voorts of de mogelijkheid bestaat om haar vaste klanten aan huis te bedienen (dat wil dus zeggen: niet van af de winkel, want deze wordt gesloten).
In het algemeen komen haar vragen dus hierop neer, of het geoorloofd is, dat een Jood, wiens winkelzaak is geliquideerd, in anderen vorm, bv. als marktkoopman of als bediener van vaste klanten aan huis, als verkooper mag optreden.
Ik verzoek U beleefd te willen... [tekst breekt af] Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische afwikkeling van de "arisering" en liquidatie van Joodse bedrijven tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
- Gedwongen liquidatie: De tekst meldt dat de firma N. Slakker "mondeling is aangezegd" te moeten liquideren. Dit wijst op de uitvoering van de verordeningen die Joden verboden om nog langer ondernemingen te drijven.
- Beperkingen: De winkelierster mag geen nieuwe voorraad meer inkopen, wat de doodsteek voor de onderneming betekent. De restvoorraad mag enkel nog worden uitverkocht.
- Overlevingsstrategie: Mevrouw Polak-Slakker probeert legale wegen te vinden om in haar levensonderhoud te blijven voorzien door te vragen naar een ventvergunning (ambulante handel), een plek op de gesegregeerde Joodse markt, of het bedienen van klanten aan huis.
- Duitse controle: De kanttekening in de marge laat zien dat de Nederlandse ambtenaren deze vragen niet zelf mochten beantwoorden, maar moesten voorleggen aan de "Duitsche instanties" (waarschijnlijk de Wirtschaftsprüfstelle of het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft). Eind 1941 was de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse economie in volle gang. De firma Slakker was een bekende mode- en korsettenzaak met vestigingen in de chique winkelstraten van Amsterdam-Zuid (P.C. Hooftstraat en Beethovenstraat).
De in de brief genoemde "Joodsche markt" verwijst naar de specifieke markten die vanaf de zomer van 1941 door de bezetter waren ingesteld (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat), waar Joden gedwongen werden te handelen omdat zij van reguliere markten en uit hun eigen winkels werden verbannen. De brief illustreert de wanhopige pogingen van Joodse ondernemers om binnen de steeds nauwer wordende mazen van de anti-Joodse wetgeving te overleven. N. Slakker P.C. Hooftstraat Polak (Mevrouw)