Archiefdocument
Origineel
22 augustus 1941 [Linksboven in stempel/druk:]
Nº 18/16/3
[Midden boven, handgeschreven/stempel:]
M. 1941 25/8 [onleesbare krabbel, mogelijk 'Maatkr.']
[Linksboven onder kenmerk:]
L.M.
537 -1941-
[Rechtsboven:]
22 Augustus 1941.
[Handgeschreven parafen in potlood en inkt over de tekstregels]
[Body tekst:]
Ten vervolge op mijn brief van 7 Juni j.l. No.
537 L.M. 1941, deel ik U, naar aanleiding van Uw
desbetreffend verzoek mede, dat van Gemeentewege ~~ge~~
geen wijziging kan worden tot stand gebracht van de
tijden, gedurende welke de verkoop van consumptieijs
in winkels waar uitsluitend of in hoofdzaak con-
sumptieijs en de voor den verkoop daarvan benoodigde
hulpmiddelen ten verkoop in voorraad zijn, is toe-
gestaan. De Winkelsluitingswet laat n.l. dezen ver-
koop onbeperkt toe.
vM
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
de heeren L. Draaisma en
H. Smitz,
Weesperzijde 55-58,
A_L_H_I_E_R (O). * Inhoud: Het document is een officiële afwijzing van een verzoek om de openingstijden voor de verkoop van ijs aan te passen. De autoriteiten stellen dat een dergelijke wijziging niet nodig is omdat de toenmalige Winkelsluitingswet de verkoop van consumptie-ijs in speciaalzaken al onbeperkt toestond.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "Ten vervolge op", "desbetreffend", "n.l. dezen verkoop"). Er is een kleine typefout hersteld met een doorhaling (~~ge~~).
* Adressering: De adressering "ALHIER (O)" duidt aan dat de geadresseerden zich in dezelfde stad bevonden als de afzender (Amsterdam), specifiek in het stadsdeel Oost (O). De Weesperzijde 55-58 was destijds de locatie van de ijsfabriek van Draaisma en Smitz (bekend als 'IJsfabriek Holland').
* Functionarissen: Edward Voûte was tijdens de bezetting de pro-Duitse burgemeester (met de titel regeringscommissaris) van Amsterdam. J.F. Franken diende als gemeentesecretaris. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De term "Regeeringscommissaris" is hierbij cruciaal: in maart 1941 werd de gemeenteraad ontbonden en kreeg de burgemeester de titel regeringscommissaris, waardoor hij als eenhoofdig bestuurder fungeerde onder toezicht van de bezetter.
De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse economische regulering tijdens de oorlog. Terwijl veel zaken schaars werden en de distributie streng werd gecontroleerd, bleven de regels omtrent winkelsluiting voor specifieke sectoren zoals ijsverkoop blijkbaar gebonden aan de bestaande wetgeving. Het verzoek van de heren Draaisma en Smitz was waarschijnlijk bedoeld om meer juridische duidelijkheid of ruimere tijden te verkrijgen in een onzekere tijd, maar de overheid zag geen noodzaak om af te wijken van de geldende Winkelsluitingswet die voor hen al gunstig was.