Afschrift van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 27 april 1935. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam (ondertekend door Burgemeester De Vlugt en Secretaris Van Lier). Directie van de O.V.v.V. "De Eendracht" e.a., Marnixstraat 409, Amsterdam. [Stempel linksboven:] Nº 18/100 MP. [waarbij 18/100 handgeschreven]
[Stempel middenboven:] M. 1935 30/4. [waarbij 30/4 handgeschreven]
[Handgeschreven rechtsboven:] Marktw.
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 433 (1935)
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 27 April 1935.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Afschrift.
[Stempel:] Gezien
[Handgeschreven paraaf/handtekening door stempel]
[Handgeschreven handtekening rechts:] M. de Boer [?]
In antwoord op Uw schrijven van 23 Maart 1935 deelen wij U mede, dat wij niet bereid zijn byzondere maatregelen te nemen tegen buitenlanders, die in het bezit zijn van een ventvergunning voor onze Gemeente.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
get. DE VLUGT. [in paars stempel]
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. [in paars stempel]
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris,
[Handgeschreven handtekening:] Van Lier
[Onderaan rechts een getekend monogram/merk]
Aan de Directie van de
O.V.v.V. "De Eendracht" e.a.
Marnixstraat 409
Alhier.
Model G. A. 5
50.000-12-'34 Dit document is een officieel afschrift van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam in april 1935. De brief is een reactie op een verzoek van de organisatie "De Eendracht" (waarschijnlijk de Organisatie van Venters en Verkoopsters), die blijkbaar had aangedrongen op restrictieve maatregelen tegen buitenlandse straathandelaren.
Het antwoord van de gemeente is kort en beslist: zolang buitenlanders in het bezit zijn van een geldige ventvergunning, is de gemeente niet bereid om extra ("byzondere") maatregelen tegen hen te nemen. Dit getuigt van een strikte handhaving van de op dat moment geldende verordeningen, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt op basis van nationaliteit zodra een vergunning eenmaal rechtmatig is verstrekt.
De brief is ondertekend door Willem de Vlugt, die van 1921 tot 1941 burgemeester van Amsterdam was, en de gemeentesecretaris Van Lier. Het jaar 1935 valt midden in de Grote Depressie. De economische crisis zorgde voor enorme werkloosheid en armoede in Amsterdam. In dergelijke tijden nam de concurrentie op straat (door venters) toe en groeide vaak de weerstand tegen buitenlanders die als "oneerlijke concurrentie" werden gezien.
De organisatie "De Eendracht" behartigde de belangen van straathandelaren. Het is aannemelijk dat zij, onder druk van de crisis, probeerden de markt te beschermen voor de eigen achterban door de gemeente te vragen buitenlandse venters aan te pakken of te weren. Het weigerachtige antwoord van de gemeente Amsterdam laat zien dat de stad in deze periode vasthield aan de rechtszekerheid van vergunninghouders, ondanks de politieke en maatschappelijke druk die de crisis met zich meebracht.
De handgeschreven aantekening "Marktw." rechtsboven verwijst naar de afdeling Marktwezen, de instantie die verantwoordelijk was voor het toezicht op de handel op de openbare weg.