Getypt verslag/notulen van een vergadering (pagina 2).
Origineel
Getypt verslag/notulen van een vergadering (pagina 2). Omstreeks 1935 (gebaseerd op de referentie "no. 433 L.M.1935"). -2-
Verzoeker is, wegens ziekte, niet in staat ge-
weest een ventvergunning aan te vragen, doch heeft
vroeger steeds met het venten van raamhorren zyn
brood verdiend.
De Commissie besluit te adviseeren, den verzoeker
alsnog toe te staan, een ventvergunning aan te
vragen.
Vervolgens stelt de Voorzitter punt 4 der agenda
aan de orde:
adres van ysfabrikanten i.z. buitenlandsche con-
sumptieysbereiders (den leden in afschrift gezonden);
om advies aan de Commissie gezonden; no.433 L.M.1935.
De heeren Stienstra (O.V.v.V."De Eendracht") Smitz
(Voco) en Felten (VAMI) komen ter vergadering om
hun adres toe te lichten.
By K.B. is bepaald, dat werkgevers zonder schrifte-
lyke vergunning van de Regeering geen arbeid mogen
doen verrichten door vreemdelingen o.a.
a. in ysfabrieken, waaronder begrepen fabrieken of
inrichtingen tot het vervaardigen van consumptieys.
b. als ysventer.
De heer Stienstra licht toe, dat het de bedoeling van de ysberei-
ders is om ook het venten door zelfstandige buiten-
landsche ysventers te doen verbieden. Deze groep
doet den Hollandschen ysbereiders zware concurrentie
aan, terwyl zy de verdiensten des winters in hun
geboorteland verteren. Spreker deelt mede, dat in
verschillende Gemeenten o.a. Maastricht een verbod
in bovenbedoelden zin, is uitgevaardigd.
De Voorzitter is van meening, dat waar de regeering reeds regelend
is opgetreden van Gemeentewege hieraan verder niets
kan worden gedaan. De Gemeente heeft bovendien nog
de Ventverordening, welke het onmogelyk maakt, dat
er nieuwe venters, van welken landsaard ook, by-
komen. Men kan echter de reeds aan buitenlanders
verleende ventvergunningen thans niet intrekken.
De heer Stienstra acht het toch mogelyk, dat deze vergunningen,
waar er des winters geen gebruik van wordt gemaakt,
worden ingetrokken.
De Voorzitter zegt, dat de buitenlandsche ysventers hun vergun-
ningen vooruit betaald hebben, zoodat vooralsnog
niet tot intrekking kan worden overgegaan. Deze
zaak heeft echter wel in ander verband de aandacht
van de Commissie. Door de Commissie kunnen ten deze
geen stappen als door de ysbereiders beoogd, in
overweging worden genomen.
De heer Stienstra vraagt nog voor een ander punt de aandacht.
Er loopen een groot aantal venters in steun. Is
het niet mogelyk dezen met bysteun te werk te
stellen als ysventer in loondienst ? Hierdoor wordt * Kern van het document: Dit document is een verslag van een belangenstrijd tussen de gevestigde Nederlandse ijsindustrie en buitenlandse (vaak Italiaanse) ijsverkopers tijdens de crisisjaren.
* Juridische context: Er wordt verwezen naar een Koninklijk Besluit (K.B.) en de Wet op de Vreemdelingenarbeid (1934), die bedoeld was om de eigen arbeidsmarkt te beschermen door werkvergunningen voor vreemdelingen verplicht te stellen.
* Argumentatie: De Nederlandse fabrikanten voeren economische argumenten aan: "zware concurrentie" en kapitaalvlucht ("verdiensten des winters in hun geboorteland verteren").
* Bestuurlijke houding: De voorzitter neemt een behoudende, juridische positie in. Bestaande rechten (reeds verleende en betaalde vergunningen) kunnen niet zomaar worden ingetrokken, ook al is er druk vanuit de sector.
* Sociale aspecten: Het laatste fragment toont de hopeloze situatie van werklozen ("in steun") en de poging om hen via gesubsidieerde arbeid ("bysteun") in de ijsverkoop te plaatsen. Dit document stamt uit 1935, het dieptepunt van de Grote Depressie in Nederland. De werkloosheid was enorm, wat leidde tot een sterke roep om protectionisme en beperking van buitenlandse arbeid. In de jaren '30 was er een sterke toename van Italiaanse ijsbereiders in Nederland. De gevestigde Nederlandse ondernemers probeerden via lokale verordeningen en landelijke wetgeving hun marktaandeel te beschermen tegen deze nieuwkomers. De genoemde organisaties zoals de VAMI (Vereniging van Ambachtelijke Milks-Ijsbereiders) en de O.V.v.V. speelden een actieve rol in deze lobby. Het document illustreert hoe lokale overheden moesten schipperen tussen de belangen van eigen ondernemers, landelijke wetgeving en het recht van vergunninghouders.