Getypt verslag (notulen) van een vergadering.
Origineel
Getypt verslag (notulen) van een vergadering. De heer Neeter vindt het toch wel gewenscht om in het ventboekje gelegen-
heid te scheppen, waardoor men kan zien, of er contrôle is
uitgeoefend door de controleurs. Wanneer dan blykt, dat ie-
mand volgens zyn boekje een geheel jaar niet heeft gevent,
kan hy worden opgeroepen. Het is mogelyk, dat deze persoon
het ventersberoep niet meer uitoefent.
De Voorzitter is van meening, dat geen enkele venter een jaar of langer
voor zyn vergunning zal betalen zonder hiervan gebruik te
maken. Het is mogelyk, dat er een enkele uitzondering zal
voorkomen, doch dit kanmen toch beter laten loopen, als een
zoo ingewikkelde contrôle hierop te gaan uitoefenen. Hy acht
het beter, dergelyke klachten in de practyk af te wachten.
Wanneer dan zoo een vergunning vernieuwd moet worden en er
kan worden aangetoond, dat niet meer gevent wordt, kan de
vergunning worden ingetrokken.
De heer Neeter merkt op, dat dan behalve by sterfgevallen geen afschryvin-
gen plaats vinden. Op papier bestaan er dan dus wel 7 à
8.000 venters, doch in werkelykheid venten er beduidend
minder.
De Voorzitter vindt dat niet van groot belang en acht het gewenscht dit
voorloopig nog te laten loopen.
De heer Seegers zegt, dat de maatregelen door den heer Presser voorge-
steld, naar zyn meening een tegenovergestelde uitwerking
zullen hebben. Er zyn ongetwyfeld venters, die een paar
weken in het jaar werken, doch wanneer deze weten, dat dit
verlies van hun vergunning zal beteekenen, zullen ze dit
niet doen en dit mag hy (Seegers) niet toejuichen. Bovendien
is hy het met de opmerking van den Voorzitter eens, dat
wanneer de contrôleur den venter gedurende bepaalden tyd niet
zou zien, dit nog niet zou beteekenen, dat deze persoon niet
gevent heeft. Hy acht dit een onvoldoenden rechtsgrond om
daarop een vergunning in te trekken.
De Voorzitter onderstreept de opmerking van den heer Seegers, dat geen
voldoende rechtsgrond bestaat om een vergunning in te trek-
ken, wanneer een venter gedurende zekeren tyd niet is aan-
getroffen. Hy zou dit dan ook niet als voorwaarde willen
opnemen in het ventboekje. Hy opent vervolgens de verdere
bespreking over het concept-Ventboekje en deelt mede, dat
hieraan nog eenige voorwaarden zullen worden bygevoegd o.a.
zal de bepaling worden opgenomen, dat het gebruik van meer-
malig fust (verkoop van ys in glazen byv.) is verboden.
Hiermede kunnen de leden zich vereenigen.
Het was oorspronkelyk de bedoeling om het boekje voor 5 jaar
te laten gelden. Aan den eenen kant geeft dit een besparing
aan legeskosten voor den venter, doch aan den anderen kant
zal deze lange periode de zindelykheid en geriefelykheid
(door verandering in het boekje) niet bevorderen. Hy vraagt
of er bezwaren zyn om byv. om de 2 jaar een nieuw boekje
uit te reiken.
De heer Neeter ziet geen bezwaar om een stevig boekje voor 5 jaar te laten
gelden. Bovendien zal een verwisseling om de 2 jaar ook
groote kosten en veel administratief werk medebrengen.
De heer Cohen zegt, dat er tegenwoordig blikken sigarendoozen bestaan, die
gemakkelyk door den venter kunnen worden benut om daar het
boekje in te bewaren en dan zal het wel voor 5 jaar kunnen
gelden.
De Voorzitter zegt, dat het advies dus kan luiden, het boekje zoo eenigs-
zins mogelyk voor 5 jaar te laten gelden en het in een for- De tekst verslaat een discussie over de administratieve en juridische voorwaarden waaraan straatverkopers (venters) moeten voldoen. De kernpunten zijn:
1. Handhaving en Registratie: Er is discussie over het 'ventboekje' als controlemiddel. De heer Neeter pleit voor strengere controle op activiteit om 'papieren venters' (mensen met een vergunning die niet feitelijk werken) te saneren.
2. Rechtszekerheid: De Voorzitter en de heer Seegers waarschuwen tegen het willekeurig intrekken van vergunningen enkel op basis van het feit dat een controleur een venter een tijd niet heeft gezien. Dit wordt gezien als een onvoldoende rechtsgrond.
3. Hygiëne en Materiaal: Er wordt een verbod voorgesteld op 'meermalig fust' (zoals glazen voor ijsverkoop), wat duidt op vrees voor infecties of gebrekkige hygiëne bij ambulante handel.
4. Efficiëntie: Er wordt besloten het boekje 5 jaar geldig te laten zijn in plaats van 2 jaar, om kosten en administratieve druk te beperken. Opvallend is de suggestie van de heer Cohen om blikken sigarendozen te gebruiken ter bescherming van de documenten. Hoewel een datum ontbreekt, wijzen de namen (Neeter, Presser, Cohen) en de aard van de bureaucreatie sterk in de richting van de Joodsche Raad voor Amsterdam tijdens de Duitse bezetting (ca. 1941-1943). Veel Joodse Amsterdammers waren voor hun levensonderhoud afhankelijk van de straathandel (venten), zeker nadat zij uit andere beroepen waren gezet.
De Joodsche Raad nam vaak de administratie van deze vergunningen over of probeerde deze te reguleren om te voorkomen dat de bezetter harder zou ingrijpen. De heer Cohen is waarschijnlijk David Cohen (medevoorzitter van de Raad) en Salomon Neeter was eveneens een betrokken functionaris binnen de Joodse gemeenschap. De discussie weerspiegelt de paradox van de Raad: enerzijds een strikte administratie bijhouden (vaak onder druk van de bezetter), anderzijds proberen de belangen en rechtsgronden van de eigen gemeenschap (de venters) te beschermen tegen arbitraire maatregelen.