Notulen van een vergadering (getypt).
Origineel
Notulen van een vergadering (getypt). 20 oktober 1933. Zesde vergadering van de Permanente Commissie van Advies C. 1
inzake Ventvergunningen op Vrydag 20 October 1933 te 3 uur n.m.
Aanwezig: de Voorzitter Dr.A.v.d.Laan, de leden Neeter en Seegers
en de heeren Van Dellen en Van Zwyndregt. De notulen
worden gehouden door H.A.van Duinhoven.
Afwezig met kennisgeving de leden Balder en Cohen, terwyl het lid
Presser iets later ter vergadering zal komen.
De agenda luidt:
1o. goedkeuring notulen der vorige vergadering;
2o. vervolg-bespreking aanvragen van collectieve vergunningen (twee
nieuwe aanvragen zyn den leden in afschrift toegezonden, terwyl
belanghebbenden zyn opgeroepen);
3o. bespreking ventersboekje;
4o. rondvraag.
De Voorzitter opent de vergadering, heet den heeren welkom en stelt punt 1
der agenda aan de orde: Goedkeuring notulen der vorige ver-
gardering.
Deze worden ongewyzigd goedgekeurd.
Alvorens punt 2 aan de orde te stellen, deelt de Voorzitter
voor de goede orde het resultaat van de besprekingen be-
treffende de <u>Kinkerstraat</u> mede. Deze Commissie heeft gead-
viseerd een tydelyk Ventverbod voor deze straat in het le-
ven te roepen en daarvan aan een aantal venters dispensatie
te verleenen, terwyl dan tegelykertyd vaste standplaatsen
op de hoeken der zystraten zouden worden uitgegeven. Een
uitvoerig rapport van de Politie ten dezen toont echter
duidelyk de ongewenschtheid aan, om voor zoo korten tyd een
dergelyken tydelyken maatregel te nemen, want:
ten eerste brengt het dispensatie verleenen aan een zeker aantal koop-
lieden (62) groote moeilykheden met zich mede, daar aange-
nomen kan worden, dat het aantal venters, dat zich op
Zaterdag in deze straat pleegt op te houden, aanmerkelyk
grooter is en dat, wil geen onbillyke bevoorrechting van een
bepaalde groep, i.c. adressanten, plaats hebben, mitsdien
ook aanmerkelyk meer ontheffingen van een ventverbod zouden
moeten worden verleend.
Wie hiervoor in aanmerking zouden moeten komen, zal niet
zoo eenvoudig zyn na te gaan, daar de Politie niet over de
daarvoor benoodigde gegevens beschikt;
ten tweede heeft de Politie groote bezwaren tegen het verleenen van
vaste standplaatsen op de hoeken der zystraten, o.a. ook in
verband met het verkeer, terwyl hier ook de vraag ryst, wie
daarvoor in aanmerking zouden moeten worden gebracht;
ten derde de lastige vraag ryst, wat zal moeten geschieden, wanneer
de Ventverordening in werking treedt en de tydelyke maatre-
gel weer zal moeten vervallen. Zullen dan de personen, die
reeds tydelyke vent- en standplaatsvergunningen in en naby
de Kinkerstraat zullen hebben gekregen, niet meenen, dat
zy min of meer oudere rechten voor deze straat kunnen doen
gelden?
Concludeerend is de Politie van meening, dat het handhaven
van de thans ten aanzien van de Kinkerstraat getroffen
maatregelen de voorkeur verdient boven het treffen van weer
andere tydelyke voorzieningen, zoodat de toestand zal bly-
van zooals hy is tot de inwerkingtreding der Ventverordening. * Taal en spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare spelling (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (vrydag, zyn, tydelyk) en verbuigingen zoals "den heeren".
* Kern van het probleem: De commissie overweegt een tijdelijk verbod op venten (straatverkoop) in de Kinkerstraat, met uitzondering voor een kleine groep (62 personen). De politie adviseert hier echter negatief over.
* Argumentatie van de politie:
1. Handhaafbaarheid en eerlijkheid: Het is onmogelijk om slechts 62 mensen toe te laten terwijl er op zaterdag veel meer venters zijn; dit zou leiden tot rechtsongelijkheid.
2. Verkeersveiligheid: Standplaatsen op straathoeken hinderen het verkeer.
3. Juridische precedentwerking: De politie vreest dat venters die nu een tijdelijke vergunning krijgen, later "verworven rechten" zullen claimen wanneer de definitieve Ventverordening van kracht wordt.
* Besluit: De politie adviseert de huidige situatie te bevriezen tot de nieuwe verordening officieel ingaat. Dit document stamt uit 1933, de diepste jaren van de Grote Depressie. In deze periode was er sprake van een enorme toename van straathandel (venten), omdat veel werklozen op deze manier probeerden een klein inkomen te genereren.
Steden zoals Amsterdam (waar de Kinkerstraat een belangrijke winkelader is) kampten met een overschot aan venters, wat leidde tot chaos op straat, overlast voor vaste winkeliers en verkeersopstoppingen. De overheid probeerde dit te reguleren middels een "Ventverordening". De discussie in dit document toont de spanning tussen de behoefte aan orde en verkeersveiligheid enerzijds, en de sociale noodzaak van de venters anderzijds. De vrees voor "oudere rechten" (precedentwerking) was een typisch bureaucratisch knelpunt in die tijd bij het vormgeven van nieuwe stedelijke regelgeving. Politie