Getypte notulen (pagina 2).
Origineel
Getypte notulen (pagina 2). 2
De Voorzitter stelt vervolgens punt 2 der agenda aan de
orde: Aanvragen van collectieve vergunningen.
Hy deelt mede, dat om 3 ½ uur de heeren Stienstra en Linger
(ysbereiders) weer ter vergadering zullen komen. Deze zaak
is den leden bekend, zoodat hierover niet gediscussieerd
behoeft te worden.
Om 4 uur is de eigenaar van de Uco-Ondernemingen uitgenoo-
digd en om 4 ½ uur zyn de eigenaars van de Restauratie-
onderneming "Quick Lunch" opgeroepen.
Deze beide zaken wenscht de Voorzitter eerst te bespreken
en stelt den brief van de Uco-Ondernemingen aan de orde.
Deze onderneming is gebaseerd op colportage n.l. het
plaatsen van doozen linoleumwas by particulieren; gevraagd
wordt de geheele stad te mogen bewerken, dus niet gebonden
te worden aan een vaste ventwyk.
De heer Seegers vraagt zich in de eerste plaats af of een colporteur als
venter moet worden beschouwd en dus een vergunning noodig
zal hebben. Volgens hem sluit een colporteur alleen den
koop af, terwyl de levering der verkochte artikelen door
andere personen geschiedt. Dit is hier echter niet het ge-
val, daar het artikel meteen afgeleverd wordt, zoodat deze
menschen als gewone venters moeten worden beschouwd.
Hy waarschuwt er daarom ernstig tegen om voor deze per-
sonen een uitzondering te maken, daar de consequenties niet
te overzien zyn.
De Voorzitter wenscht over de opvatting van den heer Seegers betreffende
het colporteeren het volgende op te merken.
Stel, dat een colporteur een proefbus als monster op straat
zou aanpryzen en by aankoop later zou thuis bezorgen, dan
moet dit ook als "venten" worden beschouwd. Alleen zy, die
colporteeren en geen artikelen ter aflevering meevoeren,
zouden buiten deze Verordening vallen; dit zou echter juri-
disch moeten worden uitgemaakt.
De heer Neeter vangt aan met op te merken, dat er in de toekomst door de
Ventverordening vele menschen van de straat verdreven zul-
len worden en het is logisch, dat deze zullen trachten op
andere wyze hun brood te verdienen byv. door huis aan huis
aan te bellen en aldus te trachten hunne artikelen aan den
man te brengen. Wanneer hieraan thans reeds geen paal en
perk wordt gesteld, zal er voor de bewoners van Amsterdam
weer een nieuwe overlast ontstaan. Wyst in dit verband op de
verkoopers van stofzuigers, schryfmachines, etc. Hierop
moet zeker een waakzaam oog gehouden worden. Deze excessen
zullen echter uit de registratie wel naar voren komen en hy
vindt het gewenscht niet te vrygevig met vergunningen aan
deze menschen te zyn.
Concludeerend adviseert hy niet af te wyken van het princi-
pe: "verkoop op of aan den openbaren weg of aan of in de
huizen". (Zie art. 1 (1) der Ventverordening). Het is echter
een moeilyk vraagstuk en soepelheid is wel geraden. In de
toekomst kunnen misschien voor enkele bepaalde bedryven ty-
delyke vergunningen worden gegeven. Als eerste eisch zou
echter moeten worden gesteld, dat het personeel uit leden
van het venterscorps zou moeten worden gerecruteerd.
In verband met het verzoek van de Uco-ondernemingen stelt
hy voor, wanneer een bepaalde wyk is afgewerkt, de onderne-
ming in de gelegenheid te stellen van wyk te verwisselen,
zoodat dan toch de geheele stad bewerkt kan worden. Dit document betreft een verslag van een ambtelijke of bestuurlijke vergadering over de regulering van straathandel en huis-aan-huisverkoop. De kern van de discussie draait om de definitie van 'venten' versus 'colportage'.
- Juridisch onderscheid: Er wordt gedebatteerd of iemand die direct goederen aflevert aan de deur (zoals de verkopers van linoleumwas van de firma Uco) juridisch een 'venter' is. De heer Seegers stelt dat directe aflevering gelijkstaat aan venten, waarvoor een vergunning vereist is.
- Angst voor overlast: De heer Neeter spreekt zijn bezorgdheid uit over de "overlast" voor de inwoners van Amsterdam door de toename van huis-aan-huisverkoop (stofzuigers, schrijfmachines). Dit suggereert een tijdperk waarin agressieve verkooptechnieken aan de deur toenamen.
- Sociale overweging: Neeter stelt voor dat bij het verlenen van collectieve vergunningen het personeel bij voorkeur moet worden geworven uit het bestaande "venterscorps", waarschijnlijk om de werkgelegenheid voor traditionele straatverkopers te beschermen. Hoewel een exacte datum ontbreekt, wijst de spelling (gebruik van 'y' voor 'ij', 'heeren', 'zoodat') en de inhoud op de jaren '30 of de vroege jaren '40 van de 20e eeuw. In deze periode trachtten grote steden zoals Amsterdam de ongebreidelde straathandel in te dammen via de Ventverordening.
De economische crisis van de jaren '30 zorgde ervoor dat veel werklozen hun heil zochten in de straathandel, wat leidde tot strengere regelgeving en een vergunningenstelsel om de openbare orde te handhaven en gevestigde winkeliers te beschermen. Het document illustreert de moeite die de overheid had om nieuwe vormen van verkoop (zoals de opkomende colportage van luxe goederen als stofzuigers) onder de bestaande wetgeving te scharen.