Notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie of marktwezen).
Origineel
Notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie of marktwezen). 3
De Voorzitter zegt, dat de heer Neeter dus vasthoudt aan het principe: persoonlyke vergunningen, gebonden aan wijken.
De heer Neeter zegt, dat volgens hem één colporteur als venter moet worden beschouwd, want hy is op zoek naar koopers.
De Voorzitter is het hier mee ééns. Colporteeren is venten langs de huizen.
De heer Seegers wyst er nog op, dat het uitgangspunt van de Ventverordening is geweest, het regelen van den verkoop langs den openbaren weg. Een colporteur is volgens hem geen venter, daar men anders een reiziger ook als venter moet beschouwen.
De Voorzitter ziet nog een groot verschil tusschen een colporteur en een reiziger. Hy wil hier nu niet verder over discussieeren; het is echter wel gewenscht als principe te stellen, dat een colporteur als venter moet worden beschouwd, daar men anders een vlucht naar het colporteeren zal krygen.
Er wordt besloten den eigenaar van de Uco-Ondernemingen mede te deelen, dat zyn personeel persoonlyke vergunningen zal moeten aanvragen.
De eigenaars van de Restauratie-onderneming "Quick Lunch" vragen een collectieve vergunning voor hun bedryf. Ook in dit geval adviseert de Perm. Commissie tot het verstrekken van persoonlyke vergunningen.
Te vergadering komen de heeren:
P. Stienstra, Directeur der N.V. "O.V.V. De Eendracht"
N. Linger, Eigenaar ysfabriek "Davia"
L. Draaisma, " " "Arcfa"
J.A. Hendriks, " " "Sierkan"
J.W. Muhren, " " "Norico"
Smitz, " " "Moko"
De Voorzitter verwelkomt de heeren en zegt, dat in de vorige vergadering van deze Commissie den heeren Stienstra en Linger is duidelyk gemaakt, dat van een collectieve vergunning aan bepaalde fabrieken geen sprake kan zyn, daar dit in stryd zou zyn met de bedoeling van de Ventverordening, welke inkrimping van het aantal venters beoogt; daarentegen zou het verleenen van collectieve vergunningen uitbreiding van dit aantal beteekenen.
De Commissie heeft dezen heeren dan ook geadviseerd hun personeel persoonlyke vergunningen te laten aanvragen. Indien nieuw personeel noodig is, zal dit uit het corps van 7 à 8.000 venters met vergunning moeten worden gerecruteerd. Gezien dit groote aantal kan dit geen moeilykheden veroorzaken. Mochten deze echter toch nog voorkomen, dan zouden van overheidswege maatregelen genomen moeten worden om de bedryven te helpen.
De heer Stienstra zegt, dat na de bespreking in de vorige vergadering en na inzage van het betr. ventersrapport een betere kyk op de zaak is verkregen. Het is duidelyk gebleken, dat deze Commissie in meerderheid van meening is, uitsluitend persoonlyke vergunningen te kunnen verstrekken. De ysbereiders zyn echter eenparig tot de conclusie gekomen, dat hunne belangen hierdoor ernstig in het gedrang zullen komen en verzoeken dan ook dringend aan die bedryven, die reeds vóór de inwerkingtreding der Ventverordening waren ingesteld op den straathandel, voor het bestaande aantal venters een collectieve vergunning te verstrekken. De practyk zal dan toch * Juridisch-technisch: De kern van het geschil is de interpretatie van de "Ventverordening". De voorzitter wil een brede definitie van 'venter' (inclusief colporteurs) om te voorkomen dat men de regels ontduikt.
* Beleidsdoel: Het expliciete doel van de commissie is "inkrimping van het aantal venters". Dit duidt op een periode van economische regulering of oververzadiging van de straathandel.
* Bedrijfsvoering: Bedrijven zoals "Quick Lunch" en diverse ijsfabrieken (Davia, Arcfa, etc.) pleiten voor collectieve vergunningen. Dit zou hen meer flexibiliteit geven in wie zij de straat op sturen. De commissie dwingt echter individuele vergunningen af, wat de macht van de werkgever over de vergunning beperkt en het totaal aantal venters maximaliseert op een vastgesteld 'corps' van 7.000 à 8.000 personen.
* Taalgebruik: Typische vooroorlogse spelling (bijv. "persoonlyke", "ysfabriek", "moeilykheden", "stryd") en ambtelijke stijl. Dit document biedt een inkijk in de regulering van de straathandel in een grote Nederlandse stad (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de schaal van 8.000 venters en de genoemde bedrijfsnamen). De ijsindustrie was in deze periode sterk afhankelijk van straatverkoop ("ijscomannen"). De strijd tussen de vrije ondernemerszin (de ijsfabrieken die collectieve rechten willen) en de gemeentelijke drang naar ordening en beperking van de openbare handel is hier op het scherpst van de snede zichtbaar. Namen als "Davia" en "O.V.V. De Eendracht" zijn historisch traceerbaar binnen de Amsterdamse ijs- en zuivelgeschiedenis.