Notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie).
Origineel
Notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie). 9
De Voorzitter neemt dit voorstel van den heer Neeter over. De vergunning van den eigenaar is dus niet geldig, indien niet tevens de vergunning van een lid van het personeel is bijgevoegd. Dit zal het advies van de Permanente Commissie aan den Wethouder worden.
Voorzitter stelt punt 3 der agenda aan de orde:
Bespreking eerste concept ventersboekje.
Het is de bedoeling, dat de leden dit concept rustig bekyken, waarna het in een volgende vergadering in discussie zal worden gebracht. Hij leest ter verduidelyking dit concept voor en merkt op, dat de art. 1 t/m 6 de voorwaarden zyn, die door Ventverordening verplichtend zyn gesteld.
De heer Seegers wenscht thans reeds op te merken, dat het bepaalde in art. 10 (by gebreke van betaling) gesanctionneerd wordt in art. 15 (intrekking kan geschieden). Hij vindt dit zeer scherp gesteld. Wanneer dus een maand niet zal kunnen worden betaald, zou de vergunning ingetrokken worden. Het lijkt hem beter dan de vergunning in te nemen, totdat men weer in staat zal zyn om te betalen, doch in geen geval tot directe intrekking over te gaan.
De Voorzitter merkt op, dat dit niet zoo’n vaart zal loopen. Wanneer niet betaald wordt en niet gevent, zal eerst de belanghebbende nog opgeroepen worden. Hij kan er dit nog aan toevoegen, dat het de bedoeling is om bij maatschappelijken onmacht ook de venters en standplaatshouders buiten de markt vrystelling te verleenen, doch overigens zou betaald moeten worden. Hoogstens zou een paar weken uitstel kunnen worden verleend.
De heer Presser wyst er op, dat in Den Haag feitelyk ook dubbele straffen worden opgelegd. Daar krygen de venters eerst processen-verbaal en wanneer dit geen gevolg heeft wordt de vergunning ook nog ingetrokken, hetgeen moeilykheden voor de venters ten gevolge heeft.
De Voorzitter geeft in overweging eerst rustig over deze zaak na te denken en daarna worden gaarne de opmerkingen op papier tegemoet gezien.
Hij herinnert den heer Presser aan zijn toegezegde rapport in een der vorige vergaderingen, betreffende het verliezen der ventvergunningen o.a. bij het niet gebruiken gedurende zekeren tyd. Dit houdt verband met de opmerking van den heer Seegers en hij zou dit rapport thans spoedig in deze Commissie aan de orde gesteld willen zien.
De heer Presser zegt spoedige inzending toe.
RONDVRAAG
De heer Seegers wyst er nogmaals op, dat verschillende groenteboeren geen vergunning aanvragen, omdat ze in de meening verkeeren, dat ze deze, omdat ze alleen vaste klanten bedienen, niet noodig hebben. Hij merkt op, dat deze menschen in de practyk moeilykheden zullen krygen, daar ze wel grootendeels, doch niet uitsluitend, vaste klanten bedienen. Het is voor hen toch werkelyk veiliger om wel vergunning aan te vragen.
De Voorzitter hoopt spoedig met de hoofdambtenaren ter Secretarie te bespreken, welke oproep alsnog in de dagbladen geplaatst moet worden.
De heer Presser dringt ook op een spoedige publicatie aan, daar ook onder de petroleumventers nog groot misverstand heerscht.
De Voorzitter vraagt of van deze categorie misschien een vereeniging bestaat, die deze Commissie nauwkeurig zou kunnen inlichten. De tekst betreft een ambtelijke discussie over de regulering van straathandel (venten). Centraal staat het concept voor een "ventersboekje" en de bijbehorende "Ventverordening". Er is bezorgdheid over de strengheid van de sancties: de heer Seegers pleit voor clementie bij "maatschappelijke onmacht" (armoede), terwijl de heer Presser wijst op de harde praktijk in Den Haag.
Een ander belangrijk punt is de onwetendheid onder venters. Groenteboeren menen ten onrechte dat zij geen vergunning nodig hebben als zij aan vaste klanten leveren. Ook onder petroleumventers heerst onduidelijkheid. De commissie streeft naar betere communicatie via krantenadvertenties en contact met beroepsverenigingen. Hoewel een exacte datum ontbreekt, wijzen het lettertype van de schrijfmachine en de spelling (zoals 'bekyken' en 'feitelyk') op de eerste helft van de 20e eeuw, vermoedelijk de jaren '20 of '30. Dit was een periode waarin veel Nederlandse gemeenten hun algemene plaatselijke verordeningen (APV) en specifieke regels voor markten en straathandel moderniseerden om meer grip te krijgen op de openbare orde en belastingheffing. De discussie over het intrekken van vergunningen bij wanbetaling illustreert de economische kwetsbaarheid van venters in die tijd. Presser (De heer) Seegers (De heer)