Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 139
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk een gemeenteraadscommissie of college-overleg).

Origineel

Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk een gemeenteraadscommissie of college-overleg). 2

De Voorzitter is van meening, dat deze mogelykheid altyd open staat, maar
momenteel geeft deze indeeling het voordeel, dat men den venter een
wyk (zooveel mogelyk gelyk aan die, waarin hy gewend was te venten)
kan aanwyzen. Hy stelt vast, dat alle leden er vóór zyn de ventwy-
ken met de districten Centrum, Noord, enz. te doen samenvallen,
zoodat hieromtrent definitief aan B. & W. geadviseerd kan worden.
Hy stelt punt 2 der agenda aan de orde:
Bespreking concept-regeling tot uitvoering der Ventverordening.
Voorzitter zegt, dat in de vorige vergadering een concept-regeling behan-
deld is; aan de hand van de daaromtrent gevoerde besprekingen is
een nieuw concept gemaakt, dat aan de leden is toegezonden en dat
thans onderwerp van bespreking uitmaakt.
De heer Neeter zegt, dat hy principieel groote bezwaren tegen het gekozen
systeem heeft.
Voorzitter interrumpeert, dat er geen besluit genomen is. Het concept is
vry in bespreking geweest, heeft dus alleen als leidraad voor de
discussies gediend.
De heer Neeter geeft dan als zyn meening te kennen, dat een distributie
van zegels over een 50-tal adressen in de stad een veel te groo-
te versnippering geeft. Wanneer het alleen betrof het verkoopen
van een zegel, dan zou hy tegen dit systeem niet zulke bezwaren heb-
ben, doch hy heeft zich van de wyze van inning veel meer voorge-
steld. Hy heeft altyd op het standpunt gestaan (ook in de vorige
studiecommissie), dat de organisatie en contrôle van het venters-
wezen door een ambtelyke instantie moest worden behandeld. Uit
hoofde daarvan heeft hy geen bezwaren gehad tegen een ventgeld
van 20 cent per week, daar men van de opbrengst van het ventgeld
een uitstekende organisatie in het leven zou kunnen roepen en
houden. Nu wil men 50 depôts in de stad oprichten, maar dan is er
geen contrôle op het geheel. Wanneer echter een ambtenaar in een
bepaalde wyk de inning behandelt, dan leert hy de venters kennen
en kan dan gemakkelyk contrôle houden èn op de betaling, èn op het
aanwezig zyn van den venter in de wyk. Nu krygen we lysten, die
steeds aan het Hoofdkantoor verwerkt moeten worden. Hy wyst op het
gevaar van frauduleuze handelingen. Voorbeeld. Een venter heeft
niet betaald en moet op het Hoofdkantoor verschynen. Hy leent van
een andere venter een zegel, hetgeen gemakkelyk afgeweekt kan
worden en plakt deze op zyn eigen boekje. Hy (Neeter) moet daarom
ernstig tegen dit systeem waarschuwen. Een veel betere regeling
is te treffen, welke heusch niet veel duurder zal uitvallen dan
het systeem van winkeliers, die toch ook vergoeding zullen vragen.
Men stelle n.l. in elke wyk een apart kantoortje beschikbaar,
waar de ambtenaar mèt de inning belast is. Ieder zegel, wat ver-
kocht wordt, kan hy, door den paraaf van den venter er op te
plaatsen, voor verder gebruik ongeschikt maken, dan heeft men een
behoorlyke contrôle. Ook tegen het betalen op den laatsten dag der
maand, hetgeen bij het systeem met winkeliers mogelyk is, heeft hy
groote bezwaren. Men krygt dan een opeenhooping op één dag. Veel
beter is toch om een verplichte verdeeling over de geheele maand
te maken. Iedere venter komt op een vasten dag (in zyn ventvergun-
ning aan te geven) betalen; is hy een dag te laat, dan moet hy
naar het Hoofdkantoor en byv. daarvoor als extra administratie-
kosten 10 cent betalen.
Men heeft voor de contrôle 5 ambtenaren uitgetrokken. Neemt men
er 5 ambtenaren bij voor de administratie dan is er gelegenheid deze
's morgens in iedere wyk zegels te doen verkoopen en 's middags * Kern van het geschil: Het document beschrijft een discussie over de logistiek achter de Ventverordening. Het centrale twistpunt is of de inning van het wekelijkse ventgeld (20 cent) via 50 particuliere verkooppunten (winkeliers/depots) moet verlopen, of via centrale wijkposten met gemeenteambtenaren.
* Standpunt Voorzitter: Wil de ventwijken laten samenvallen met de bestaande stadswijken (Centrum, Noord) voor een efficiënte toewijzing aan de venters.
* Standpunt de heer Neeter: Hij vreest voor administratieve chaos en fraude bij het gebruik van winkeliers. Zijn bezwaren zijn:
1. Gebrek aan toezicht: Winkeliers controleren niet of de venter daadwerkelijk in zijn wijk werkt.
2. Fraudegevoeligheid: Zegels kunnen worden afgeweekt en doorgegeven aan venters die niet hebben betaald.
3. Logistieke druk: Inning aan het einde van de maand zorgt voor te grote drukte.
* Voorgestelde oplossing: Neeter stelt voor om per wijk een ambtenaar aan te stellen die zegels verkoopt, deze ter plekke laat paraferen door de venter (tegen hergebruik) en de betalingen spreidt over de hele maand. Dit document stamt uit een periode (vermoedelijk jaren '30 of net na de Tweede Wereldoorlog, gezien de spelling) waarin de ambulante handel (straathandel) strikt gereguleerd werd. Venters vormden een grote groep zelfstandigen die vaak aan de onderkant van de samenleving stonden. De overheid probeerde via een vergunningenstelsel en 'ventgeld' grip te krijgen op deze groep, zowel voor belastinginning als voor het handhaven van de openbare orde in de wijken. De discussie over "stempels afweken" geeft een inkijkje in de dagelijkse praktijk van kleine fraude en de pogingen van de bureaucratie om dit met fysieke controles en parafen te voorkomen.

Samenvatting

  • Kern van het geschil: Het document beschrijft een discussie over de logistiek achter de Ventverordening. Het centrale twistpunt is of de inning van het wekelijkse ventgeld (20 cent) via 50 particuliere verkooppunten (winkeliers/depots) moet verlopen, of via centrale wijkposten met gemeenteambtenaren.
  • Standpunt Voorzitter: Wil de ventwijken laten samenvallen met de bestaande stadswijken (Centrum, Noord) voor een efficiënte toewijzing aan de venters.
  • Standpunt de heer Neeter: Hij vreest voor administratieve chaos en fraude bij het gebruik van winkeliers. Zijn bezwaren zijn:
    1. Gebrek aan toezicht: Winkeliers controleren niet of de venter daadwerkelijk in zijn wijk werkt.
    2. Fraudegevoeligheid: Zegels kunnen worden afgeweekt en doorgegeven aan venters die niet hebben betaald.
    3. Logistieke druk: Inning aan het einde van de maand zorgt voor te grote drukte.
  • Voorgestelde oplossing: Neeter stelt voor om per wijk een ambtenaar aan te stellen die zegels verkoopt, deze ter plekke laat paraferen door de venter (tegen hergebruik) en de betalingen spreidt over de hele maand.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode (vermoedelijk jaren '30 of net na de Tweede Wereldoorlog, gezien de spelling) waarin de ambulante handel (straathandel) strikt gereguleerd werd. Venters vormden een grote groep zelfstandigen die vaak aan de onderkant van de samenleving stonden. De overheid probeerde via een vergunningenstelsel en 'ventgeld' grip te krijgen op deze groep, zowel voor belastinginning als voor het handhaven van de openbare orde in de wijken. De discussie over "stempels afweken" geeft een inkijkje in de dagelijkse praktijk van kleine fraude en de pogingen van de bureaucratie om dit met fysieke controles en parafen te voorkomen.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3