Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 141
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een vergadering.

Origineel

Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een vergadering. 4

De heer Balder verdedigt zijn in de vorige vergadering naar voren gebracht voorstel om winkeliers met de inning te belasten. Hy zegt dat by hem uitsluitend de bedoeling heeft voorgezeten om een zoo goed mogelyke uitvoering aan de Ventverordening te geven. Wat de verantwoordelykheid betreft wyst hy erop, dat de winkeliers bereid zyn om de ontvangen zegels vooruit af te rekenen. Wanneer zijn voorstel stuit, omdat de Gemeente toch ambtenaren beschikbaar heeft, of indien een beter systeem van inning gevonden kan worden, of dat de venters zelf overwegende bezwaren hebben om bij winkeliers te koopen, dan kan hy zich er meer vereenigen, dat er een ander systeem gezocht wordt. Indien het echter stuit op de kosten (5 à 8 ct) dan wenscht hy op te merken, dat hier nog wel over te spreken is.
De Voorzitter zegt, dat hem zulks wel bekend is, doch wyst den heer Balder op het door den heer Seegers naar voren gebrachte voordeel, dat er een inniger contact zal bestaan tusschen de venters en het apparaat, dat op hen toeziet, hetgeen de contrôle aanzienlyk zal vergemakkelyken.
De heer Balder wyst den Voorzitter op het verkoopen van gaspenningen door winkeliers, waar feitelyk ook de taak van een ambtelyke organisatie overgenomen is. Hy merkt nogmaals op, dat hy het systeem "winkeliers" alleen daarom voorgesteld heeft, omdat het een goede uitvoering der Verordening waarborgt.
De Voorzitter vraagt of de heer Balder zich met een ander systeem zou kunnen vereenigen, indien de wenschelykheid daartoe zou blyken.
De heer Balder wenscht eerst de verdere discussies af te wachten.
De heer Presser voorziet, dat groote moeilykheden zullen ryzen, indien het voorstel van de Gemeente wordt aangenomen. Stel het aantal venters op 10.000, dat dus in 4 weken moet worden verwerkt, dan is dit per week 2.500 venters. Men kan deze geen vast uur van betaling voorschryven en het is logisch, dat ze allen op het uur zullen komen, dat voor hen het gemakkelykst (met het oog op den verkoop) zal uitkomen, zoodat soms honderden venters tegelyk zullen komen. Hy is echter van meening, dat dit bezwaar gedeeltelyk ondervangen kan worden door de georganiseerde venters in de gelegenheid te stellen by hunne organisatie te laten betalen. Het bestuur van zijn organisatie besprak reeds de wenschelykheid, indien het ventgeld 80 cent per maand zou bedragen, om de by hen georganiseerde venters in de gelegenheid te stellen elke week 20 cent te sparen, waarna de organisatie maandelyks voor de zegels zorgt. Dit zou voor de venters een groot voordeel worden, aangezien het en finantieel voor den venter veel gemakkelyker zou worden en het lange wachten wordt vermeden.
Hy haalt een voorbeeld aan uit het jaar 1919, toen er een contrôle op den verkoop van de lompenventers werd ingesteld. Zy moesten eens per maand en later eens per 3 maanden op het Hoofdbureau van Politie verschynen, waar hun register geviseerd werd. Het werd toen een groote opeenhooping van venters, zoodat èn de politie èn de venters verzocht hebben om dit te staken. Hy voorziet, dat het hier denzelfden kant zal opgaan.
De Voorzitter is van oordeel dat de door den heer Presser geopperde bezwaren niet zullen worden ondervangen, wanneer voor den zegelverkoop 1 of 2 organisatiekantoren aan de ambtskantoren zouden worden toegevoegd. Het aantal georganiseerden is gebleken slechts uit te maken 10 % van het totaal aantal venters. Hy zet nog eens uiteen, dat, buiten de vischhal, in 4 wyken 2500 venters per week moeten kunnen worden verwerkt. Dit zou op een bepaalden dag 500 kunnen * Spelling en Grammatica: Het document hanteert de spelling-De Vries en Te Winkel (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (hoewel dit ook een type-conventie kan zijn) en verouderde naamvalsvormen zoals "den heer", "den verkoop". Woorden als "finantieel" en "moeilykheden" zijn typerend voor die periode.
* Schrijfstijl: Formeel-ambtelijk. De tekst is een verslaglegging in de derde persoon enkelvoud, waarbij de argumenten van de verschillende sprekers zakelijk worden weergegeven.
* Logistieke Argumentatie: De kern van het debat is de efficiëntie van bureaucratie versus de dagelijkse praktijk van de werkende klasse (de venters). De heer Presser voert een sterk logistiek argument aan over "piekbelasting" bij overheidsloketten, wat getuigt van inzicht in procesmanagement avant la lettre.
* Typografie: Typemachine-tekst met handmatige onderstrepingen van namen om de structuur van het verslag te verduidelijken. Dit document biedt een inkijkje in de regulering van straathandel in een grote Nederlandse gemeente (gezien de aantallen van 10.000 venters waarschijnlijk Amsterdam of Rotterdam) in het interbellum of kort daarna.

De Ventverordening was bedoeld om het aantal straathandelaren te reguleren en te belasten. Dit was vaak een bron van spanning: de overheid wilde controle en inkomsten, terwijl de venters (vaak de armste laag van de bevolking) behoefte hadden aan een systeem dat hun werkdag niet verstoorde.

De discussie over het al dan niet inschakelen van winkeliers voor de inning is interessant. Het toont een vroege vorm van privatisering van een ambtelijke taak om de drempel voor de burger (de venter) te verlagen. De heer Presser, die spreekt namens een organisatie van venters, pleit voor een rol voor de vakvereniging of belangenorganisatie, wat wijst op een sterke mate van zelforganisatie binnen de beroepsgroep in die tijd. De referentie naar de "lompenventers" uit 1919 dient als historisch precedent voor het falen van gecentraliseerde politiecontrole op kleine handelaren.

Samenvatting

  • Spelling en Grammatica: Het document hanteert de spelling-De Vries en Te Winkel (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (hoewel dit ook een type-conventie kan zijn) en verouderde naamvalsvormen zoals "den heer", "den verkoop". Woorden als "finantieel" en "moeilykheden" zijn typerend voor die periode.
  • Schrijfstijl: Formeel-ambtelijk. De tekst is een verslaglegging in de derde persoon enkelvoud, waarbij de argumenten van de verschillende sprekers zakelijk worden weergegeven.
  • Logistieke Argumentatie: De kern van het debat is de efficiëntie van bureaucratie versus de dagelijkse praktijk van de werkende klasse (de venters). De heer Presser voert een sterk logistiek argument aan over "piekbelasting" bij overheidsloketten, wat getuigt van inzicht in procesmanagement avant la lettre.
  • Typografie: Typemachine-tekst met handmatige onderstrepingen van namen om de structuur van het verslag te verduidelijken.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de regulering van straathandel in een grote Nederlandse gemeente (gezien de aantallen van 10.000 venters waarschijnlijk Amsterdam of Rotterdam) in het interbellum of kort daarna.

De Ventverordening was bedoeld om het aantal straathandelaren te reguleren en te belasten. Dit was vaak een bron van spanning: de overheid wilde controle en inkomsten, terwijl de venters (vaak de armste laag van de bevolking) behoefte hadden aan een systeem dat hun werkdag niet verstoorde.

De discussie over het al dan niet inschakelen van winkeliers voor de inning is interessant. Het toont een vroege vorm van privatisering van een ambtelijke taak om de drempel voor de burger (de venter) te verlagen. De heer Presser, die spreekt namens een organisatie van venters, pleit voor een rol voor de vakvereniging of belangenorganisatie, wat wijst op een sterke mate van zelforganisatie binnen de beroepsgroep in die tijd. De referentie naar de "lompenventers" uit 1919 dient als historisch precedent voor het falen van gecentraliseerde politiecontrole op kleine handelaren.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3