Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 25 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Den Heer N. Piller, Amstelkade 36 I, Amsterdam-Zuid. extra [handgeschreven]
HG.
den Heer N.Piller,
Amstelkade 36 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22B.
25/8/2 M. 25 Januari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 Januari jl. verleen ik
U hierbij tot uiterlijk 1 Maart a.s. uitstel van Uw verplichting
om regelmatig Uw plaatsen op de markten Waterlooplein en Albert
Cuypstraat te bezetten. U dient er echter zorg voor te dragen, dat
het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld
wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, In deze brief reageert de directeur van de marktdienst op een verzoek van marktkoopman N. Piller. Piller krijgt formeel uitstel van zijn 'bezettingsplicht' tot 1 maart 1941 voor zijn standplaatsen op het Waterlooplein en de Albert Cuypstraat. In de marktverordening was het doorgaans verplicht om een toegewezen plek ook daadwerkelijk te bezetten om het recht op die plek te behouden. De directeur stelt echter als strikte voorwaarde dat het marktgeld wekelijks doorbetaald moet worden, ook tijdens zijn afwezigheid. De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch. De brief is gedateerd op 25 januari 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland en precies één maand voor de Februaristaking. De context is zeer beladen:
1. Locatie: Het Waterlooplein was de centrale markt in de Joodse buurt van Amsterdam.
2. Persoon: De geadresseerde, Nathan Piller (1893-1943), was een Joodse koopman. Hij woonde inderdaad op het adres Amstelkade 36-I. Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat hij in 1943 in Sobibor is vermoord.
3. Tijdsgeest: In januari 1941 werd de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam snel opgevoerd. Het aanvragen van uitstel voor het bezetten van een marktkraam kan wijzen op persoonlijke omstandigheden, maar vond plaats in een klimaat waarin het voor Joodse handelaren steeds moeilijker en gevaarlijker werd om hun beroep in de openbare ruimte uit te oefenen.
4. Administratie: Het document toont hoe de gemeentelijke bureaucratie de regels bleef handhaven (zoals het innen van marktgeld), terwijl de wereld van de geadresseerde onder de bezetting instortte. I. Uit N. Piller