Handgeschreven brief (verzoekschrift/kennisgeving).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/kennisgeving). 22 maart 1941. B. Hofman (de vader). Vermoedelijk de Dienst der Markten (gezien de referentie naar 'Marktgeld'). Amsterdam 22 Maart 1941
No 25/39/1 M. 1941 24/3
Wel Edle Heer
Naar aan leiding van een
schryver door u Dienst aan mijn
zoon L. Hofman dat hy meer dan
drie weken Markt geld schuld
heeft Mijn zoon is sints
drie weken in een Consenbratie
kamp in Duitschland zoo
doend kan hy niet aan
deze verplichting voldoen
om zijn schuld te betalen
Ik hoop dat u Edle hier
mede rekening wil houden
Hoog achtend
de vader B. Hofman
J. Houttuinen 60
[Linksonder, later toegevoegd:]
Alb. Cuypstr.
Uilenburg De brief is een aangrijpend voorbeeld van de confrontatie tussen de kille bureaucratie en de menselijke tragiek tijdens de vroege bezettingsjaren in Nederland.
- Kernboodschap: De vader, B. Hofman, reageert op een aanmaning van de gemeente voor onbetaald marktgeld van zijn zoon, L. Hofman. Hij legt uit dat zijn zoon de schuld niet kan voldoen omdat hij drie weken eerder is weggevoerd naar een "Consenbratie kamp" (concentratiekamp) in Duitsland.
- Taalgebruik: Het taalgebruik is eerbiedig ("Wel Edle Heer"), maar bevat spelfouten ("Consenbratie", "sints", "zoodoend") die duiden op een schrijver uit de arbeidersklasse.
- Locatie: De afzender woont aan de J. Houttuinen (Joden Houttuinen) 60. De latere aantekening "Uilenburg" bevestigt dat dit zich afspeelt in het hart van de toenmalige Amsterdamse Jodenbuurt. De verwijzing naar de "Alb. Cuypstr." suggereert dat de zoon daar een marktplaats had. Deze brief is gedateerd op 22 maart 1941, slechts een maand na de grote razzia's van februari 1941 in Amsterdam (de aanleiding voor de Februaristaking). Bij deze razzia's werden honderden Joodse mannen opgepakt en weggevoerd naar kamp Schoorl, en later naar Buchenwald en Mauthausen.
De "L. Hofman" uit de brief is zeer waarschijnlijk de Joodse marktkoopman Levi Hofman (geboren 1917), die inderdaad in februari 1941 werd opgepakt. Hij overleefde de oorlog niet; hij stierf in september 1941 in Mauthausen. De brief illustreert hoe families in die tijd probeerden om te gaan met de dagelijkse administratieve lasten, terwijl zij geconfronteerd werden met de plotselinge en gewelddadige deportatie van hun dierbaren. De term "concentratiekamp" werd hier al vroeg in de oorlog expliciet genoemd door burgers. B. Hofman J. Houttuinen L. Hofman