Getypte brief (vermoedelijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Getypte brief (vermoedelijk een doorslag voor het archief). 18 februari 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer J.W. Pot Jr., Bilderdijkkade 75 hs, Amsterdam-West. Extra [handgeschreven in cursief]
HG.
den Heer J.W. Pot Jr.,
Bilderdijkkade 75 hs,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
27/7/4 M.
18 Februari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 dezer verleen ik U hierbij toestemming Uw moeder op de plaats van Uw vader op de markt Ten Katestraat te assisteeren.
U dient er echter rekening mede te houden, dat de plaats van Uw vader niet [onderstreept] op Uw naam kan worden overgeschreven.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling waarin een verzoek wordt ingewilligd. De heer J.W. Pot Jr. heeft gevraagd om zijn moeder bij te staan op de marktplaats van zijn vader. Deze marktplaats bevindt zich op de Ten Katemarkt in Amsterdam-West.
De directeur verleent de toestemming voor deze assistentie, maar stelt een duidelijke grens: de vergunning voor de standplaats blijft op naam van de vader staan en kan niet worden overgedragen aan de zoon. Het woord "niet" is onderstreept om de onverzettelijkheid van deze regel te benadrukken. Dit duidt op een streng bureaucratisch beheer van marktvergunningen, waarbij standplaatsen niet zomaar binnen een familie konden overgaan.
Het adres "Bilderdijkkade 75 hs" (huis) duidt op een woning op de begane grond, op loopafstand van de Ten Katemarkt. Het document stamt uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht louter administratief is, is de context van die tijd van belang. De Amsterdamse markten stonden onder streng toezicht en de reglementen werden strikt toegepast.
Februari 1941 was een keerpunt in de geschiedenis van Amsterdam, met de Februaristaking die slechts een week na deze brief plaatsvond. In deze periode werden ook de eerste verordeningen uitgevoerd die Joodse marktkooplieden uitsloten van de markten, waardoor de druk op de beschikbare standplaatsen en de regelgeving daaromheen toenam. Hoewel er uit deze brief niet direct blijkt of er een verband is met de anti-Joodse maatregelen, illustreert het de rigide wijze waarop de gemeente Amsterdam in die tijd standplaatsvergunningen beheerde. J.W. Pot Gemeente Amsterdam Marktwezen