Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie). 8 april 1941. Alex Koper, gevestigd aan de Kuijperstraat 91, Amsterdam (O). De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. № 27/20/1 M. 1941 11/4 [stempel]
Adam 8/4 41
Aan den Wel Edl Heer den Inspecteur van het markt
wezen.
Mijnheer tot mijn Grooten spijt moet ik u berichten
dat ik tot nader orders geen gebruik van mijn kastterplaats*
mij toe geweezen in den ten Katen straat onder
No 414 kan maken en ben daarom genootzaakt hem
optegeven. den Reden daar van is dat ik op het
oogenblik thuis mijn werk heb en dit is wel voor
onbepaalden tijd maar hoe lang dat duurt
kan ik zelf niet zeggen, en ik ook mijn schuld niet
wil op laten loopen. ~~ik zal tot en~~ zal mijn
achterstalligen schuld betaalen. mocht ik egter
in den toekomst weer één plaats noodig hebben
hoop ik dat ik op u medewerking zal kunnen
rekenen dat ik daar voor weer in aanmerking kom
Ik zal één dezer dagen bij den heer Vrij mijn schuld
betalen.
H. it.** Alex Koper
Kuijperstr 91
Adam (O)
* Waarschijnlijk bedoeld als "kastenplaats" of "marktplaats".
** Afkorting voor "Hoogachtend". De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman, Alex Koper, aan de inspecteur van het Amsterdamse marktwezen. De kern van de brief is de onmiddellijke opzegging van staanplaats No. 414 in de Ten Katestraat.
De schrijver voert twee belangrijke redenen aan voor deze beslissing:
1. Veranderde werksituatie: Hij heeft momenteel werk aan huis gevonden, waardoor hij geen gebruik meer maakt van de marktplaats. Hij is onzeker over de duur van dit werk, maar kiest voor zekerheid.
2. Financiële integriteit: Hij geeft expliciet aan dat hij zijn schulden (marktgeld) niet verder wil laten oplopen. Hij belooft zijn achterstallige betalingen spoedig te voldoen bij een zekere "heer Vrij".
De toon van de brief is beleefd en plichtsgetrouw. De schrijver hoopt in de toekomst, mocht zijn situatie weer veranderen, opnieuw aanspraak te kunnen maken op een vergunning. De spelling ("egter", "genootzaakt", "betaalen") is kenmerkend voor de tijd en het opleidingsniveau van de gemiddelde ambachtsman/koopman in die periode. Dit document dateert van april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een louter administratieve aangelegenheid lijkt (het opzeggen van een marktplaats), weerspiegelt het de economische realiteit van die tijd.
De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke volksmarkt. Tijdens de bezetting werden markten streng gereguleerd door het Marktwezen, zowel wat betreft vergunningen als de handel in schaarse goederen. Dat Alex Koper "werk aan huis" heeft gevonden, kan duiden op een overstap naar een ander beroep of huisnijverheid, mogelijk gedreven door de schaarste aan handelsproducten voor de markt.
De verwijzing naar het niet willen laten oplopen van schulden is veelzeggend; in een tijd van toenemende economische druk en onzekerheid was het behouden van een goede naam bij de autoriteiten (het Marktwezen) essentieel voor wie in de toekomst weer een vergunning wilde verkrijgen. De administratieve stempels tonen aan dat de brief officieel is verwerkt in het archief van de gemeente Amsterdam.