Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekening.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekening. 30 juni 1941. J. W. A. Jansen, wonende aan de Tollensstraat 81-I, Amsterdam. [Linksboven in paarse stempel/inkt:]
N° 27/43/I M. 1941 2/7
[Rechtsboven:]
Amsterdam 30 Juni 1941
Weled: Heer.
Hiermede verzoek ik, J. W. A. Jansen, wonende
Tollensstr 81 I Alhier Standplaats N° 135 op de
markt Ten Katestr, U om uitstel van de
verplichting om een plaats te bezetten op
deze markt.
De reden van dit verzoek is dat er haast
voor mij geen handel is en mijn plaats toch
gaarne voor mij beschikbaar blijft daar
als er weer handel voor mij is ik graag weer
op mijn oude plaats wil gaan staan.
Hopende dat U op mijn verzoek met een
gunstig resultaat kunt beantwoorden
teeken ik inmiddels in afwachting
Hoogachtend.
J W A. Jansen.
P. S.
Het marktgeld zal ik wel op tijd aan den
Marktopzichter voldoen.
[In rode inkt onderaan toegevoegd:]
Bij eventueel uitstel van pl.bezetting wat hier in dat geval
gedurende drie maanden kan worden toegestaan, verzoek ik
uitdrukkelijk te bepalen dat het verschuldigde marktgeld
regelmatig zal worden betaald.
A’dam 1/7 - ’41
[Paraaf] Deze brief is een formeel verzoek van een marktkoopman, J.W.A. Jansen, gericht aan de marktmeester of het desbetreffende gemeentebestuur in Amsterdam. De kern van het schrijven is de vraag om tijdelijk ontheven te worden van de plicht om fysiek aanwezig te zijn op zijn vaste standplaats (nummer 135) op de Ten Katemarkt.
Jansen voert als reden aan dat er "haast geen handel" voor hem is. Hij wil echter zijn recht op de specifieke plek niet verliezen en benadrukt dat hij de verschuldigde marktgelden zal blijven betalen, zelfs als hij er niet staat.
De reactie in rode inkt, waarschijnlijk van een inspecteur of ambtenaar van de marktdienst, toont aan dat het verzoek wordt ingewilligd voor een periode van drie maanden. Hierbij wordt de voorwaarde van Jansen zelf (het doorbetalen van het marktgeld) expliciet als eis herhaald. De brief dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de schaarste aan goederen drastisch toe door rantsoenering en vorderingen door de bezetter. Voor veel marktkooplieden werd het steeds moeilijker om aan handel te komen, wat de opmerking van Jansen over het gebrek aan handel verklaart.
De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke volksmarkt. De regels voor standplaatshouders waren streng: wie zijn plek niet bezette, liep het risico deze kwijt te raken aan iemand op de wachtlijst. Dit document illustreert de precaire positie van kleine zelfstandigen tijdens de oorlogsjaren, waarbij zij probeerden hun nering en rechten veilig te stellen voor betere tijden, terwijl ze ondertussen de vaste lasten bleven dragen zonder inkomsten.