Archief 745
Inventaris 745-351
Pagina 173
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

8 augustus 1941 Van: De Regeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte)

Origineel

8 augustus 1941 De Regeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) Nº 27/42 / 6 M. 1941 1/8 [handgeschreven:] Marktw.

L.M. [handgeschreven:] 8 Augustus 1941.
683 -1941-

[stempel:] Gezien
[paraaf:] AM

In antwoord op Uw schrijven d.d. 22 Juli j.l.,
houdende verzoek om de U opgelegde straf in te
trekken, deel ik U mede, dat ik daartoe wegens Uw
herhaald wangedrag geen termen aanwezig acht.
VM

De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(get.) Voute
de Gemeentesecretaris,
(get.) J.G. Walch ls.

den heer IbBloemist,
3de Oosterparkstraat 73 II,
A L H I E R (O). Het document is een officiële brief (waarschijnlijk een kopie of doorslag voor het dossier) waarin een verzoek om gratie of strafvermindering wordt afgewezen. De geadresseerde, de heer I.B. Bloemist, had verzocht een eerder opgelegde straf in te trekken. De autoriteiten weigeren dit categorisch, waarbij "herhaald wangedrag" als reden wordt opgegeven.

De handgeschreven notitie "Marktw." in de rechterbovenhoek duidt er zeer waarschijnlijk op dat de zaak betrekking heeft op het Marktwezen. Dit suggereert dat de straf mogelijk een schorsing van een marktvergunning of een boete voor een overtreding op de markt betrof. De afkorting "(O)" bij het adres staat voor Amsterdam-Oost. De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Na de Februaristaking van 1941 werd het gemeentebestuur van Amsterdam door de bezetter onder curatele gesteld. Edward Voûte werd door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester) om de stad met strakke hand te leiden.

De ondertekening door de "Regeeringscommissaris" weerspiegelt de gewijzigde bestuurlijke verhoudingen in oorlogstijd, waarbij de autonomie van de stad was ingeperkt. Het taalgebruik is kortaf en autoritair, kenmerkend voor de bestuursstijl in deze periode, waarin discipline en handhaving van de (bezettings)orde centraal stonden.

Samenvatting

Het document is een officiële brief (waarschijnlijk een kopie of doorslag voor het dossier) waarin een verzoek om gratie of strafvermindering wordt afgewezen. De geadresseerde, de heer I.B. Bloemist, had verzocht een eerder opgelegde straf in te trekken. De autoriteiten weigeren dit categorisch, waarbij "herhaald wangedrag" als reden wordt opgegeven.

De handgeschreven notitie "Marktw." in de rechterbovenhoek duidt er zeer waarschijnlijk op dat de zaak betrekking heeft op het Marktwezen. Dit suggereert dat de straf mogelijk een schorsing van een marktvergunning of een boete voor een overtreding op de markt betrof. De afkorting "(O)" bij het adres staat voor Amsterdam-Oost.

Historische Context

De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Na de Februaristaking van 1941 werd het gemeentebestuur van Amsterdam door de bezetter onder curatele gesteld. Edward Voûte werd door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris (en later burgemeester) om de stad met strakke hand te leiden.

De ondertekening door de "Regeeringscommissaris" weerspiegelt de gewijzigde bestuurlijke verhoudingen in oorlogstijd, waarbij de autonomie van de stad was ingeperkt. Het taalgebruik is kortaf en autoritair, kenmerkend voor de bestuursstijl in deze periode, waarin discipline en handhaving van de (bezettings)orde centraal stonden.

Gerelateerde Documenten 6