Archief 745
Inventaris 745-351
Pagina 176
Dossier 26
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie/notitie betreffende marktbeheer.

Juli 1941 (verschillende data tussen 12-07-1941 en 23-07-1941). Dossier: 14, 27/43/1

Origineel

Ambtelijke correspondentie/notitie betreffende marktbeheer. Juli 1941 (verschillende data tussen 12-07-1941 en 23-07-1941). [Linksboven, in stempelkader]
B I J B L A D V A N :
M. No. 27/43/1, 1941
DOORGEZONDEN: 17/7-41.

[Rechtsboven, stempel en handschrift]
607 [met potlood]
Marktambtenaar handtekening H. Vrij
~~Contrôleur~~
om advies/~~om rapport~~/ter kennisneming.

[Centrale tekst, handgeschreven in zwarte inkt]
Aan J.W.A. Jansen kan m.i. worden toegestaan, dat
hij zijn plaats op de markt aan de Ten Katestraat
gedurende drie maanden niet bezet.
Jansen moet echter zorg dragen, dat het
ook tijdens zijn afwezigheid verschuldig-
de marktgeld wekelijks wordt betaald.

[Annotaties onder centrale tekst, rode en zwarte inkt]
27/43/2
3 maanden
18/7/41 [onleesbaar initiaal]
16-7-41

[Linksonder, handgeschreven]
Acc. modelbriefje
[initiaal] HB [?]
12/7 '41

[Linksonder, drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016

[Rechtsonder, handgeschreven in rood omkaderd vak en daarbuiten]
Inspecteur handtekening H. Vrij ter kennisneming
23-7-'41 de Han
dit zou toch afgelopen zijn? De Inspecteur
wil beslist niet hebben, dat er
op de stukken wordt getekend! [met grote pijl/krul] Dit document is een intern administratief stuk van de Amsterdamse marktdienst uit de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een verzoek van een marktkoopman, J.W.A. Jansen, om zijn standplaats op de Ten Katemarkt (Ten Katestraat) gedurende drie maanden onbezet te laten.

De kern van de beslissing is dat dit wordt toegestaan, mits de wekelijkse marktgelden worden doorbetaald. Dit duidt op een streng beheer van schaarse marktplaatsen; men mag de plek behouden bij afwezigheid, maar de gemeente mag geen inkomsten derven.

Interessant is de bureaucratische dynamiek die zichtbaar is in de kantlijn. Er lijkt een frictie te bestaan tussen de functionaris "de Han" en de Inspecteur/Marktambtenaar H. Vrij. In de rode krabbel onderaan uit de Han zijn ongenoegen over het feit dat er direct op de officiële stukken wordt getekend of geschreven door de inspecteur ("De Inspecteur wil beslist niet hebben, dat er op de stukken wordt getekend!"). Ook zet hij vraagtekens bij de tijdsduur ("dit zou toch afgelopen zijn?"). Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud op het eerste gezicht louter administratief en alledaags lijkt, is de context van de markten in Amsterdam in 1941 beladen.

De Ten Katemarkt bevond zich in Amsterdam-West, een wijk met een aanzienlijke Joodse bevolking. In 1941 werden de beperkingen voor Joodse burgers door de bezetter steeds strenger. In september 1941 (slechts twee maanden na dit document) zouden Joden officieel verbannen worden van openbare markten en werden er speciale "Joodse markten" ingesteld. Hoewel uit dit document niet direct blijkt of J.W.A. Jansen Joods was, illustreert het de strikte regulering van de publieke ruimte en economische activiteit in een stad onder bezetting. Het toont tevens aan dat de gemeentelijke bureaucratie, ondanks de oorlog, op bijna routineuze wijze bleef functioneren, inclusief de interne irritaties over protocollen en het beschrijven van officiële documenten. J.W.A. Jansen (marktkraamhouder) H. Vrij (Marktambtenaar/Inspecteur) de Han (functionaris mogelijk hoofd van de dienst).

Samenvatting

Dit document is een intern administratief stuk van de Amsterdamse marktdienst uit de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een verzoek van een marktkoopman, J.W.A. Jansen, om zijn standplaats op de Ten Katemarkt (Ten Katestraat) gedurende drie maanden onbezet te laten.

De kern van de beslissing is dat dit wordt toegestaan, mits de wekelijkse marktgelden worden doorbetaald. Dit duidt op een streng beheer van schaarse marktplaatsen; men mag de plek behouden bij afwezigheid, maar de gemeente mag geen inkomsten derven.

Interessant is de bureaucratische dynamiek die zichtbaar is in de kantlijn. Er lijkt een frictie te bestaan tussen de functionaris "de Han" en de Inspecteur/Marktambtenaar H. Vrij. In de rode krabbel onderaan uit de Han zijn ongenoegen over het feit dat er direct op de officiële stukken wordt getekend of geschreven door de inspecteur ("De Inspecteur wil beslist niet hebben, dat er op de stukken wordt getekend!"). Ook zet hij vraagtekens bij de tijdsduur ("dit zou toch afgelopen zijn?").

Historische Context

Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud op het eerste gezicht louter administratief en alledaags lijkt, is de context van de markten in Amsterdam in 1941 beladen.

De Ten Katemarkt bevond zich in Amsterdam-West, een wijk met een aanzienlijke Joodse bevolking. In 1941 werden de beperkingen voor Joodse burgers door de bezetter steeds strenger. In september 1941 (slechts twee maanden na dit document) zouden Joden officieel verbannen worden van openbare markten en werden er speciale "Joodse markten" ingesteld. Hoewel uit dit document niet direct blijkt of J.W.A. Jansen Joods was, illustreert het de strikte regulering van de publieke ruimte en economische activiteit in een stad onder bezetting. Het toont tevens aan dat de gemeentelijke bureaucratie, ondanks de oorlog, op bijna routineuze wijze bleef functioneren, inclusief de interne irritaties over protocollen en het beschrijven van officiële documenten.

Genoemde Personen 4

Locaties

Ten Katemarkt

Producten

Dieren: Kat Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6