Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op archiefpapier).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op archiefpapier). 2 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer M. Druif, Oude Schans 44 huis, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven handgeschreven in blauw krijt/potlood:] W. de Maar
den Heer M. Druif,
Oude Schans 44 huis,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 1.
27/47/1 M
2 Augustus 1941.
Hiermede verzoek ik U het aan U in bruikleen afgestane snoer met toebehooren voor de kramenverlichting op de markt Ten Katestraat ten spoedisgte in te leveren bij den dienst-doenden marktambtenaar van bovengenoemde markt.
De Directeur, De brief is een formele sommatie aan een marktkoopman, de heer M. Druif, om geleende materialen onmiddellijk te retourneren. Het betreft specifiek een snoer en toebehoren voor de elektrische verlichting van een marktkraam op de Ten Katemarkt in Amsterdam Oud-West. De toon is dwingend ("ten spoedisgte" – een typefout voor spoedigste). Het document is typisch voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd: getypt met een schrijfmachine op dun, grijsachtig oorlogspapier. De handgeschreven aantekening rechtsboven is waarschijnlijk van een ambtenaar die het dossier behandelde. Dit document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De historische context achter deze ogenschijnlijk banale administratieve handeling is echter aangrijpend. De ontvanger, Meyer Druif, was een Joodse marktkoopman. Vanaf medio 1941 voerden de bezetter en het collaborerende stadsbestuur steeds strengere anti-Joodse maatregelen in.
In september 1941 (kort na deze brief) werd het Joodse marktkooplieden verboden nog langer op reguliere markten zoals de Ten Katemarkt te staan; zij moesten uitwijken naar speciaal aangewezen "Joodse markten". Het vorderen van de verlichtingsapparatuur in augustus 1941 was een direct onderdeel van het proces om Joodse ondernemers hun nering onmogelijk te maken en hen uit het openbare economische leven te stoten. Meyer Druif en zijn gezin zijn later gedeporteerd; hij overleed in 1943 in Centraal-Europa. De brief is daarmee een papieren getuige van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Amsterdam. M. Druif W. de Maar Marktwezen