Archiefdocument
Origineel
20 augustus 1941. 27/49/1
Aangezien dezelfde buitengewone
omstandigheden aanwezig zijn als
d.d. 18/1 '41 aan adressant blijkens schrijven
27/1/2 uitstel is verleend om regelmatig zijn
marktplaats te bezetten, kan m.i. ook
nu bijgaand verzoek worden ingewilligd.
Amsterdam, 20 - 8 '41
[Ondertekening]
[In rode inkt linksonder:]
dd 1 Augs '41
opgeroepen wegens
niet innemen van marktplaats
[Paraaf] De tekst is een intern advies van een ambtenaar (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam). De kern van de notitie is dat de "buitengewone omstandigheden" die in januari 1941 al aanleiding gaven tot een ontheffing, nog steeds van kracht zijn. Hierdoor adviseert de ambtenaar ("kan m.i. [mijns inziens] ook nu") om een nieuw verzoek tot uitstel in te willigen.
De rode aantekening linksonder geeft aan dat er op 1 augustus 1941 actie was ondernomen tegen de betreffende persoon ("adressant") omdat deze zijn marktplaats niet bezette. De notitie van 20 augustus dient waarschijnlijk als rectificatie of verantwoording naar aanleiding van die oproep. Gezien de datum (augustus 1941) en de specifieke terminologie, bevindt dit document zich in de context van de uitsluiting van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam werden Joodse marktkooplieden in 1941 stelselmatig geweerd van de reguliere markten en gedwongen zich te verplaatsen naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten".
De term "buitengewone omstandigheden" was in de ambtelijke correspondentie van die tijd vaak een verhullende term voor de directe gevolgen van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Het document toont de bureaucratische realiteit waarin burgers probeerden hun rechten of vergunningen te behouden onder een regime dat hun de facto het werken onmogelijk maakte. Dit stuk is kenmerkend voor archieven van gemeentelijke diensten die te maken kregen met de uitvoering van discriminerende wetgeving. Marktwezen