Archief 745
Inventaris 745-351
Pagina 228
Dossier 26
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).

8 september 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer M. Broekman, Ruyschstraat 125 I, Amsterdam-Oost.

Origineel

Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 8 september 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer M. Broekman, Ruyschstraat 125 I, Amsterdam-Oost. extra

HG.

den Heer M. Broekman,
Ruyschstraat 125 I,
Amsterdam-Oost.

Wijk 11.
27/51/2 M. 8 September 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 Augustus jl. verleen ik
U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig Uw plaats op de markt Ten Katestraat te be-
zetten.

U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw af-
wezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienst-
doenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, In deze zakelijke brief krijgt de heer M. Broekman toestemming om zijn standplaats op de Ten Katemarkt gedurende drie maanden onbezet te laten. Dit uitstel gaat in vanaf de datum van de brief (8 september 1941) en is een reactie op een verzoek van Broekman van bijna een maand eerder.

Hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn, blijft de financiële verplichting onverkort van kracht: het marktgeld moet wekelijks worden afgedragen aan de dienstdoende marktambtenaar. De brief illustreert de strikte administratieve controle op de Amsterdamse markten, waarbij afwezigheid formeel goedgekeurd moest worden om de vergunning niet te verliezen. De brief is gedateerd in september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Ten Katestraat in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke marktlocatie. De Ruyschstraat in Amsterdam-Oost, waar de ontvanger woonde, lag in een buurt met veel Joodse inwoners.

In 1941 namen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter snel toe. Hoewel deze brief een reguliere administratieve handeling lijkt, is het binnen de historische context van belang te weten of de heer Broekman vanwege deze maatregelen (zoals een verbod voor Joden om op openbare markten te staan, dat rond die tijd werd ingevoerd of aangescherpt) uitstel aanvroeg of dat er een andere persoonlijke reden was. Documenten als deze vormen puzzelstukjes in het reconstrueren van het dagelijks leven en de bureaucratische processen tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

In deze zakelijke brief krijgt de heer M. Broekman toestemming om zijn standplaats op de Ten Katemarkt gedurende drie maanden onbezet te laten. Dit uitstel gaat in vanaf de datum van de brief (8 september 1941) en is een reactie op een verzoek van Broekman van bijna een maand eerder.

Hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn, blijft de financiële verplichting onverkort van kracht: het marktgeld moet wekelijks worden afgedragen aan de dienstdoende marktambtenaar. De brief illustreert de strikte administratieve controle op de Amsterdamse markten, waarbij afwezigheid formeel goedgekeurd moest worden om de vergunning niet te verliezen.

Historische Context

De brief is gedateerd in september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Ten Katestraat in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke marktlocatie. De Ruyschstraat in Amsterdam-Oost, waar de ontvanger woonde, lag in een buurt met veel Joodse inwoners.

In 1941 namen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter snel toe. Hoewel deze brief een reguliere administratieve handeling lijkt, is het binnen de historische context van belang te weten of de heer Broekman vanwege deze maatregelen (zoals een verbod voor Joden om op openbare markten te staan, dat rond die tijd werd ingevoerd of aangescherpt) uitstel aanvroeg of dat er een andere persoonlijke reden was. Documenten als deze vormen puzzelstukjes in het reconstrueren van het dagelijks leven en de bureaucratische processen tijdens de oorlogsjaren.

Gerelateerde Documenten 6