Archief 745
Inventaris 745-351
Pagina 273
Dossier 25
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven toevoegingen en signatuur.

1 december 1941. Van: G.J. Molhman (handtekening), Pieter Aertszstraat 102, Amsterdam (Z).

Origineel

Getypte brief met handgeschreven toevoegingen en signatuur. 1 december 1941. G.J. Molhman (handtekening), Pieter Aertszstraat 102, Amsterdam (Z). [Stempel/tekst in paarse inkt linksboven:]
Nº 27/63/1 M.1941 4/12

[Rechtsboven:]
Amsterdam 1 Dec. 1941

Aan het Marktwezen
Centr. Markthallen
Jan v. Galenstraat 14
AMSTERDAM

[Handgeschreven toevoeging onder het adres:]
m. Insp.

[Tekst:]
WelEdl. Heeren

Verleden week heb ik mij aan U kantoor opgegeven voor een voorkeur kaart voor de ten Katestraat , en voor Zaterdags Dapperstraat. ( Knoopenhandel ) en kreeg ten antwoord daar wel bericht van te krijgen, nu hoorde ik echter van anderen dat zij wel direct een voorrangskaart hadden gekregen?

Tevens is mijn vraag, hoe het mogelijk is, dat een juffrouw welke met handel staat op een plaats, waar iemand gestaan heeft die niet meer mag komen, ( zelfde handel ) deze plaats meteem als vaste plaats heeft gekregen.

Wij staan in de Dapperstraat net zoolang als bovengenoemde juffrouw en wenschten zoo mogelijk ook voor een vaste plaats in aanmerking te komen en zoo mogelijk ook in de ten Kate straat.

Vertrouwende dat U mijn vrzoek zult inwilligen, teeken ik

Hoogachtend

[Handtekening:]
G J Molhman

[Handgeschreven adres onder handtekening:]
Pieter Aertszstraat 102
Amsterdam.
(Z) * Inhoud: De afzender, een handelaar in knopen, beklaagt zich over de procedure rondom de uitgifte van marktkaarten en vaste standplaatsen. Hij constateert dat anderen sneller worden geholpen en dat een concurrent een vaste plek heeft gekregen die is vrijgekomen.
* Taalgebruik: De brief is formeel gesteld ("WelEdl. Heeren"), maar bevat enkele typfouten ("meteem" i.p.v. meteen, "vrzoek" i.p.v. verzoek).
* Cruciale passage: De zin "...waar iemand gestaan heeft die niet meer mag komen..." is de kern van het document. In de context van december 1941 is dit een directe, eufemistische verwijzing naar de uitsluiting van Joodse marktkooplieden.
* Motivatie: De briefschrijver lijkt niet zozeer ideologisch gedreven, maar handelt uit opportunisme en een gevoel van onrechtvaardige behandeling vergeleken met een collega ("een juffrouw"). * Tijdsbeeld: December 1941 markeert een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland werden geïntensiveerd. Vanaf september 1941 mochten Joden niet meer deelnemen aan openbare markten (met uitzondering van specifiek aangewezen Joodse markten).
* Arisering van de markt: Dit document is een tastbaar bewijs van de 'arisering' van de Amsterdamse straathandel. Standplaatsen van Joodse Amsterdammers die generaties lang op markten als de Ten Katestraat en de Dapperstraat hadden gestaan, kwamen abrupt vrij.
* Economische collaboratie/opportunisme: De brief illustreert hoe 'Arische' handelaren trachtten te profiteren van de vervolging van hun Joodse collega's door hun vrijgekomen plekken op te eisen. Het toont de bureaucratische afhandeling van deze onteigening door de gemeentelijke instantie 'het Marktwezen'.

Samenvatting

  • Inhoud: De afzender, een handelaar in knopen, beklaagt zich over de procedure rondom de uitgifte van marktkaarten en vaste standplaatsen. Hij constateert dat anderen sneller worden geholpen en dat een concurrent een vaste plek heeft gekregen die is vrijgekomen.
  • Taalgebruik: De brief is formeel gesteld ("WelEdl. Heeren"), maar bevat enkele typfouten ("meteem" i.p.v. meteen, "vrzoek" i.p.v. verzoek).
  • Cruciale passage: De zin "...waar iemand gestaan heeft die niet meer mag komen..." is de kern van het document. In de context van december 1941 is dit een directe, eufemistische verwijzing naar de uitsluiting van Joodse marktkooplieden.
  • Motivatie: De briefschrijver lijkt niet zozeer ideologisch gedreven, maar handelt uit opportunisme en een gevoel van onrechtvaardige behandeling vergeleken met een collega ("een juffrouw").

Historische Context

  • Tijdsbeeld: December 1941 markeert een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland werden geïntensiveerd. Vanaf september 1941 mochten Joden niet meer deelnemen aan openbare markten (met uitzondering van specifiek aangewezen Joodse markten).
  • Arisering van de markt: Dit document is een tastbaar bewijs van de 'arisering' van de Amsterdamse straathandel. Standplaatsen van Joodse Amsterdammers die generaties lang op markten als de Ten Katestraat en de Dapperstraat hadden gestaan, kwamen abrupt vrij.
  • Economische collaboratie/opportunisme: De brief illustreert hoe 'Arische' handelaren trachtten te profiteren van de vervolging van hun Joodse collega's door hun vrijgekomen plekken op te eisen. Het toont de bureaucratische afhandeling van deze onteigening door de gemeentelijke instantie 'het Marktwezen'.

Gerelateerde Documenten 6