Archief 745
Inventaris 745-351
Pagina 371
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke correspondentie/notitie.

10 maart 1941. Aan: Den Heer Inspecteur v/h Marktwezen Alhier.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke correspondentie/notitie. 10 maart 1941. Den Heer Inspecteur v/h Marktwezen Alhier. no 20/19/1 M 1941 10/3

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

Wat het verzoek van plek No 274 W Beuse betreft
dient het volgende.
Bij nader onderzoek blijkt dat er zoogoed
als geen kaas meer te krijgen is, nu is er dan
ook geen bezwaar tegen hem eenige tijd
toe te staan 1x per week uit te pakken.

10 Maart 1941
[Onleesbare handtekening] Het document is een ambtelijk advies of besluit met betrekking tot de exploitatie van een marktplaats. De brief is gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. Centraal staat de koopman W. Beuse, die standplaats (plek) nummer 274 bezet.

Uit de tekst blijkt dat Beuse een verzoek heeft ingediend om minder vaak op de markt te hoeven staan. De reden hiervoor is de nijpende schaarste aan handelsproducten: er is vrijwel geen kaas meer te verkrijgen. De ambtenaar concludeert dat er geen bezwaar is om Beuse voorlopig toe te staan slechts één keer per week zijn waren uit te stallen ("uit te pakken"). Dit suggereert dat de reguliere marktverordening normaal gesproken een hogere presentieplicht voorschreef. De datum van het document, 10 maart 1941, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland bevond zich op dat moment bijna een jaar onder Duitse bezetting. De oorlogsomstandigheden leidden tot toenemende tekorten aan primaire levensmiddelen, waaronder kaas.

Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse praktijk van de distributie en kleinhandel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het laat zien hoe de gemeentelijke overheid (het Marktwezen) gedwongen werd haar regels aan te passen aan de realiteit van de schaarste. Marktkooplieden die hun kraam niet meer konden vullen, liepen het risico hun vergunning of vaste plek te verliezen als zij niet kwamen opdagen; dergelijke ontheffingen waren daarom essentieel voor hun voortbestaan als ondernemer.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies of besluit met betrekking tot de exploitatie van een marktplaats. De brief is gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. Centraal staat de koopman W. Beuse, die standplaats (plek) nummer 274 bezet.

Uit de tekst blijkt dat Beuse een verzoek heeft ingediend om minder vaak op de markt te hoeven staan. De reden hiervoor is de nijpende schaarste aan handelsproducten: er is vrijwel geen kaas meer te verkrijgen. De ambtenaar concludeert dat er geen bezwaar is om Beuse voorlopig toe te staan slechts één keer per week zijn waren uit te stallen ("uit te pakken"). Dit suggereert dat de reguliere marktverordening normaal gesproken een hogere presentieplicht voorschreef.

Historische Context

De datum van het document, 10 maart 1941, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland bevond zich op dat moment bijna een jaar onder Duitse bezetting. De oorlogsomstandigheden leidden tot toenemende tekorten aan primaire levensmiddelen, waaronder kaas.

Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse praktijk van de distributie en kleinhandel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het laat zien hoe de gemeentelijke overheid (het Marktwezen) gedwongen werd haar regels aan te passen aan de realiteit van de schaarste. Marktkooplieden die hun kraam niet meer konden vullen, liepen het risico hun vergunning of vaste plek te verliezen als zij niet kwamen opdagen; dergelijke ontheffingen waren daarom essentieel voor hun voortbestaan als ondernemer.

Gerelateerde Documenten 6