Doorslag van een officiële brief (mogelijk een dossierkopie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (mogelijk een dossierkopie). 25 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie in Amsterdam). Den Heer W. Beuse, Hugo de Grootstraat 61, Purmerend. [Handgeschreven in blauw potlood:] extra [Rechtsboven getypt:] HG.
den Heer W. Beuse,
Hugo de Grootstraat 61,
P u r m e r e n d .
28/19/2 M. 25 Maart 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 Maart jl. verleen ik
U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes toestemming Uw
plaats op de markt Lindengracht slechts eenmaal per week in te
nemen.
De Directeur, * **Inhoud:** De brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer Beuse uit Purmerend. Hij heeft toestemming gevraagd om zijn standplaats op de Lindengracht-markt in Amsterdam minder vaak te bezetten dan reglementair vereist. De directeur willigt dit verzoek in voor een periode van drie maanden, waarbij Beuse slechts één keer per week aanwezig hoeft te zijn.
- Vorm: Het document is getypt op grijsachtig doorslagpapier. De plaatsnaam "Purmerend" is gespatieerd getypt en onderstreept, wat destijds gebruikelijk was in correspondentie. De handgeschreven notitie "extra" en de initialen "HG" duiden op administratieve verwerking of rubricering binnen het archief van de verzendende instantie.
- Toon: De toon is strikt zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit die tijd. * Historische periode: De brief dateert van maart 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden goederen schaarser en werd transport (vanuit Purmerend naar Amsterdam) bemoeilijkt door brandstoftekorten en vorderingen.
- Locatie: De Lindengracht is een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan. Normaal gesproken gold er een bezettingsplicht: wie zijn plek niet regelmatig innam, kon zijn vergunning verliezen.
- Sociaal-economisch: De heer Beuse was waarschijnlijk een marktkoopman die wekelijks van Purmerend naar Amsterdam reisde. De beperking tot "slechts eenmaal per week" suggereert dat de normale verplichting vaker was (bijvoorbeeld dagelijks of op alle marktdagen). De tijdelijke ontheffing van drie maanden wijst op een overbrugging van een specifieke moeilijke periode, mogelijk gerelateerd aan de oorlogsomstandigheden of persoonlijke omstandigheden van de koopman.