Ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage. 16 juni 1941. Waarschijnlijk een marktmeester of opzichter (ondertekend door Nieuwenhoff). LB/33/1 M. 1941.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand rapport diene het volgende.
De agent van Politie v.d. Berg deelde mij mede dat
hij onaangenaamheden met Berlijp had gehad en dat
hij hem zou rapporteeren.
Tevens vroeg hij mij wat voor een persoon Berlijp was.
Ik gaf hem te kennen dat hij wel eens lastig kon zijn.
Ik heb Berlijp gezegd, als er eventueel door politie
gewaarschuwd wordt voor het aanprijzen van waren, hier
dan geen groote monden gegeven moeten worden.
Berlijp beweerde dat genoemde A.v.P. naar geen rede
wilde luisteren toen hij hem vertelde zoo gauw moge-
lijk de zaak in orde ^zullen^ maken en door zijn optreden
kwaad was geworden en hij misschien meer had gezegd
dan hij kon verantwoorden.
Wat nu het karakter van Berlijp betreft moet ik be-
kennen dat, als je hem in zijn dagelijks bedrijf gade-
slaat hij een harde werker is, zoowel hij als zijn vrouw.
Zij trachten, door ieder afzonderlijk een plaats te bezetten,
door deze beroerde tijd heen te komen, wat niet altijd
even vlot gaat. Ik ben bij deze woordenwisseling niet
aanwezig geweest, en wie hier schuld heeft kan ik niet be-
oordeelen. Het gedrag van Berlijp laat tegenover mij
niets te wenschen over.
A’dam 16 Juni 1941 [Signatuur: Nieuwenhoff] * Inhoud: De brief beschrijft een conflict op de markt. Agent van den Berg heeft een aanvaring gehad met de koopman Berlijp over de wijze waarop deze zijn waren aanprees (het luidkeels roepen om klanten te trekken). De agent overweegt een proces-verbaal. De schrijver van de brief treedt op als bemiddelaar/getuige en geeft een karakterbeschrijving van Berlijp: hij is soms "lastig" en mondig, maar wordt tegelijkertijd geprezen als een harde werker.
* Toon: De toon is ambtelijk maar menselijk. De schrijver probeert de situatie te nuanceren door de economische druk op de koopman te benadrukken zonder de politie direct af te vallen.
* Taalgebruik: Typisch voor de vroege 20e eeuw met archaïsche vormen zoals "diene het volgende", "aanprijzen van waren" en de spelling "groote" en "zoowel". * Historische context: Het document is gedateerd op 16 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "beroerde tijd" waar de schrijver naar verwijst, duidt op de oorlogsomstandigheden, schaarste en de gespannen sfeer op de Amsterdamse markten.
* Persoonsnamen: De naam "Berlijp" is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam, die veelvuldig voorkwam onder marktkooplieden (voornamelijk op de markt aan het Waterlooplein of de Albert Cuyp). Gezien de datum (juni 1941) vonden er in deze periode steeds meer beperkende maatregelen tegen Joodse burgers plaats, wat de spanning tussen de Amsterdamse politie en Joodse marktkooplieden mogelijk mede verklaart.
* Marktwezen: Het Marktwezen hield toezicht op de orde en naleving van de regels op de markten. Het "aanprijzen" (schreeuwen) was vaak aan banden gelegd om overlast te beperken, wat een constante bron van frictie was tussen marktmeesters, politie en kooplui.