Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 49
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Rapportbegeleiding

19 juni 1941 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of de Marktwezen van de Gemeente Amsterdam) Aan: Den Heer Hoofdcommissaris van Politie, Hoofdbureau van Politie, Amsterdam

Origineel

Dienstbrief / Rapportbegeleiding 19 juni 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of de Marktwezen van de Gemeente Amsterdam) Den Heer Hoofdcommissaris van Politie, Hoofdbureau van Politie, Amsterdam [Handgeschreven potlood, rechtsboven:] In de leener

[Stempel/Type linksboven:] HG.

[Type links:] 28/33/2 M.
1

[Handgeschreven blauw, midden boven:] Verzonden 19/6

[Rechts:] 19 Juni 1941.

den Heer Hoofdcommissaris van
Politie,
Hoofdbureau van Politie,
O.Z.Achterburgwal 185,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift van een aan mij gericht rapport over te leggen van den agent van Politie H.v.d.Berg betreffende L.W.Berlips.

Naar de marktopzichter van de betreffende markt mij rapporteerde is hij bij het voorgevallene niet aanwezig geweest. Berlips staat bij den marktopzichter bekend als iemand die wel eens lastig kan zijn, doch hij heeft zich tegenover den marktopzichter nooit misdragen.

Ik verzoek U beleefd mij na onderzoek terzake te willen berichten of U aanleiding vindt tot het treffen van maatregelen mijnerzijds tegen Berlips, wegens het verstoren van de orde op de markten, dan wel dat U met van politiewege te treffen maatregelen, onder andere wegens de overtreding der prijsvoorschriften, wenscht te volstaan.

De Directeur, Dit document is een formele brief van een gemeentelijk directeur aan de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie. De kern van de brief is de afhandeling van een incident rondom een persoon genaamd L.W. Berlips op een Amsterdamse markt.

Er zijn drie belangrijke elementen in de tekst:
1. Het rapport: Er is een politierapport opgesteld door agent H.v.d. Berg over Berlips.
2. Getuigenis: De marktopzichter was niet aanwezig bij het specifieke incident, maar geeft een karakteromschrijving van Berlips als iemand die "lastig" kan zijn, maar niet agressief is naar autoriteiten (de opzichter zelf).
3. Jurisdictie: De directeur vraagt de politie of er administratieve maatregelen vanuit de marktdienst nodig zijn (wegens ordeverstoring), of dat de politie de zaak zelf afhandelt, specifiek met het oog op "overtreding der prijsvoorschriften". De datum van de brief, 19 juni 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de "overtreding der prijsvoorschriften" is hierbij cruciaal. Tijdens de bezetting heerste er schaarste en waren er strikte prijscontroles ingesteld door de bezetter om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. De controle hierop was een taak van zowel de reguliere politie als gespecialiseerde diensten.

Het adres, O.Z. Achterburgwal 185, was het adres van het hoofdbureau van de Amsterdamse politie (het huidige hotel The Grand). De formele taal ("heb ik de eer U", "beleefd verzoek ik U") is typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. De brief illustreert de nauwe samenwerking tussen de verschillende takken van het stadsbestuur en de politie bij het handhaven van de economische en openbare orde onder bezettingsomstandigheden. L.W. Berlips O.Z. Achterburgwal Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Marktwezen Politie

Samenvatting

Dit document is een formele brief van een gemeentelijk directeur aan de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie. De kern van de brief is de afhandeling van een incident rondom een persoon genaamd L.W. Berlips op een Amsterdamse markt.

Er zijn drie belangrijke elementen in de tekst:
1. Het rapport: Er is een politierapport opgesteld door agent H.v.d. Berg over Berlips.
2. Getuigenis: De marktopzichter was niet aanwezig bij het specifieke incident, maar geeft een karakteromschrijving van Berlips als iemand die "lastig" kan zijn, maar niet agressief is naar autoriteiten (de opzichter zelf).
3. Jurisdictie: De directeur vraagt de politie of er administratieve maatregelen vanuit de marktdienst nodig zijn (wegens ordeverstoring), of dat de politie de zaak zelf afhandelt, specifiek met het oog op "overtreding der prijsvoorschriften".

Historische Context

De datum van de brief, 19 juni 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de "overtreding der prijsvoorschriften" is hierbij cruciaal. Tijdens de bezetting heerste er schaarste en waren er strikte prijscontroles ingesteld door de bezetter om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. De controle hierop was een taak van zowel de reguliere politie als gespecialiseerde diensten.

Het adres, O.Z. Achterburgwal 185, was het adres van het hoofdbureau van de Amsterdamse politie (het huidige hotel The Grand). De formele taal ("heb ik de eer U", "beleefd verzoek ik U") is typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. De brief illustreert de nauwe samenwerking tussen de verschillende takken van het stadsbestuur en de politie bij het handhaven van de economische en openbare orde onder bezettingsomstandigheden.

Genoemde Personen 2

L.W. Berlips O.Z. Achterburgwal

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Hoofdbureau Marktwezen Politie

Gerelateerde Documenten 2