Dienstbrief / Ambtelijke mededeling.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke mededeling. 17 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeentelijke Marktverordening Amsterdam). Den Heer H. Draaijer, Anjeliersstraat 127 hs, Amsterdam-Centrum. Handgeschreven bovenaan:
Verzonden 17/7 [onleesbaar, mogelijk "In de leer" of een naam]
HG.
Getypte tekst:
den Heer H.Draaijer,
Anjeliersstraat 127 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
28/34/2 M. 17 Juli 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 Juni jl. verleen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaatsen op de markten Lindengracht en Westerstraat te bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Dit document is een officiële reactie van de directeur van het Amsterdamse marktwezen op een verzoek van marktkoopman H. Draaijer. Draaijer heeft op 12 juni 1941 verzocht om tijdelijk zijn standplaatsen niet te hoeven bezetten.
De directeur verleent hem hiervoor een ontheffing (uitstel) van drie maanden. Het betreft standplaatsen op twee bekende markten in de Jordaan: de Lindengracht en de Westerstraat. Hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn, blijft de verplichting bestaan om het wekelijkse marktgeld af te dragen aan de dienstdoende ambtenaar. Dit onderstreept dat, ondanks de tijdelijke afwezigheid, het recht op de standplaats behouden blijft zolang er wordt betaald.
Het taalgebruik is formeel en typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd ("na dato dezes", "verschuldigde", "dienstdoenden"). De brief dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode ging het dagelijks leven, inclusief de bureaucratie rondom de markthandel, onder het bezettingsregime door.
De reden voor het verzoek van de heer Draaijer wordt niet vermeld, maar in 1941 konden diverse oorzaken ten grondslag liggen aan een tijdelijke staking van werkzaamheden: schaarste aan goederen om te verkopen, ziekte, of wellicht werkzaamheden elders (zoals de Arbeidseinsatz, hoewel dat voor een zelfstandige in deze fase minder waarschijnlijk was).
De markten op de Lindengracht en de Westerstraat waren (en zijn) vitale onderdelen van de Amsterdamse volksbuurt de Jordaan. De strikte voorwaarde dat het marktgeld wekelijks doorbetaald moest worden, toont aan dat standplaatsen schaars waren en de gemeente haar inkomsten wilde veiligstellen, ongeacht de persoonlijke omstandigheden van de koopman. H. Draaijer Marktwezen