Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 129
Dossier 15
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

20 februari 1941.

Origineel

20 februari 1941. [Handgeschreven bovenaan:] Verzonden 20/2

MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
[Logo met de drie kruisen van Amsterdam]

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 29/3/1 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP : _

AMSTERDAM (W.) 20 Februari 1941.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN Mw.R.Hakker-Ourhaan,
Zeilweg 32,
H A A R L E M .

U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met toebe-
hooren, voor de kramenverlichting op de markt Nieuwmarkt
ten spoedigste in te leveren bij den dienstdoenden marktambtenaar
van bovengenoemde markt.

De Directeur,

[Onderaan op de pagina een vaag watermerk/stempel:] NORMAAL 3
[Voetnoot links:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Dit document is een formele sommatie van de Amsterdamse Dienst Marktwezen aan een marktkoopvrouw, mevrouw R. Hakker-Ourhaan. Zij wordt gesommeerd om "ten spoedigste" (zo snel mogelijk) een elektrisch snoer met bijbehorende materialen terug te geven die zij in bruikleen had voor haar kraam op de Nieuwmarkt.

Het gebruik van een voorgedrukt formulier (Model No. 8) en de ambtelijke toon wijzen op een standaardprocedure. Echter, de specifieke datum en de genoemde locatie maken dit document historisch zeer beladen. Het terugvorderen van bedrijfsmiddelen was vaak een eerste stap in het beëindigen van de handelsactiviteiten van een persoon. De historische context van deze brief (20 februari 1941) is cruciaal voor het begrip ervan:

  1. De Locatie: De Nieuwmarkt lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In februari 1941 was de Duitse bezetter begonnen met het afsluiten van deze buurt met prikkeldraad en het ophalen van bruggen.
  2. De Timing: De brief is verzonden slechts twee dagen voor de eerste grote razzia's in de Jodenbuurt (op 22 en 23 februari) en vijf dagen voor het uitbreken van de Februari-staking. De spanningen in de stad, en specifiek rond de Nieuwmarkt, waren op dit moment op een kookpunt na de dood van WA-man Hendrik Koot op 14 februari.
  3. De Geadresseerde: Rebecca Hakker-Oerhaan (geboren in 1891) was een Joodse vrouw die met haar gezin in Haarlem woonde, maar blijkbaar op de Amsterdamse markt werkte. Dat zij juist op 20 februari gesommeerd wordt haar spullen in te leveren, is direct verbonden aan de maatregelen om Joden uit het economische leven te stoten en de Nieuwmarkt te 'zuiveren'.
  4. Het Lot: Rebecca Hakker-Oerhaan is in 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dit document illustreert hoe de bureaucratie van het Marktwezen, bewust of onbewust, meewerkte aan de uitsluiting die aan de uiteindelijke deportatie voorafging.

Samenvatting

Dit document is een formele sommatie van de Amsterdamse Dienst Marktwezen aan een marktkoopvrouw, mevrouw R. Hakker-Ourhaan. Zij wordt gesommeerd om "ten spoedigste" (zo snel mogelijk) een elektrisch snoer met bijbehorende materialen terug te geven die zij in bruikleen had voor haar kraam op de Nieuwmarkt.

Het gebruik van een voorgedrukt formulier (Model No. 8) en de ambtelijke toon wijzen op een standaardprocedure. Echter, de specifieke datum en de genoemde locatie maken dit document historisch zeer beladen. Het terugvorderen van bedrijfsmiddelen was vaak een eerste stap in het beëindigen van de handelsactiviteiten van een persoon.

Historische Context

De historische context van deze brief (20 februari 1941) is cruciaal voor het begrip ervan:

  1. De Locatie: De Nieuwmarkt lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In februari 1941 was de Duitse bezetter begonnen met het afsluiten van deze buurt met prikkeldraad en het ophalen van bruggen.
  2. De Timing: De brief is verzonden slechts twee dagen voor de eerste grote razzia's in de Jodenbuurt (op 22 en 23 februari) en vijf dagen voor het uitbreken van de Februari-staking. De spanningen in de stad, en specifiek rond de Nieuwmarkt, waren op dit moment op een kookpunt na de dood van WA-man Hendrik Koot op 14 februari.
  3. De Geadresseerde: Rebecca Hakker-Oerhaan (geboren in 1891) was een Joodse vrouw die met haar gezin in Haarlem woonde, maar blijkbaar op de Amsterdamse markt werkte. Dat zij juist op 20 februari gesommeerd wordt haar spullen in te leveren, is direct verbonden aan de maatregelen om Joden uit het economische leven te stoten en de Nieuwmarkt te 'zuiveren'.
  4. Het Lot: Rebecca Hakker-Oerhaan is in 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dit document illustreert hoe de bureaucratie van het Marktwezen, bewust of onbewust, meewerkte aan de uitsluiting die aan de uiteindelijke deportatie voorafging.

Gerelateerde Documenten 2