Ambtelijke correspondentie (notitie).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (notitie). 22 augustus 1941. Den hr Inspecteur
v/h. Marktwezen alhier.
zi. 29/7/1-41.
In antwoord op het verzoek van
de Heeren J en A. Bartels, kan ik u mededeelen
dat zij in hun handel, (handschoenen) op
't oogenblik geen voldoende voorraad hebben
om hiermede uit te pakken. Ik stel u dan
ook voor, om aan het verzoek van beide
heeren te voldoen.
Amsterdam 22 Aug: 41
[Handtekening, mogelijk V. Michielsen] In dit schrijven adviseert een functionaris (vermoedelijk een marktmeester of controleur) de Inspecteur van het Marktwezen om akkoord te gaan met een verzoek van de handelaren J. en A. Bartels. De gebroeders Bartels handelen in handschoenen, maar beschikken op dat moment over te weinig voorraad om hun handel op de markt te kunnen presenteren ("uit te pakken"). In die tijd was het voor markthandelaars verplicht om hun standplaats daadwerkelijk in te nemen om hun vergunning te behouden. Dit document dient als ambtelijke bevestiging dat hun afwezigheid of het niet uitstallen van goederen gegrond is. Het document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1941). In deze periode werden grondstoffen en textielproducten, waaronder handschoenen, steeds schaarser door rantsoenering en de vordering van goederen door de bezetter. Het Marktwezen in Amsterdam hield streng toezicht op de bezetting van marktplaatsen. Handelaren die door goederenschaarste hun nering niet konden uitoefenen, moesten officiële verzoeken indienen om hun rechten niet te verliezen. Dit korte briefje illustreert de dagelijkse bureaucratische realiteit van schaarste en regelgeving tijdens de oorlogsjaren.