Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 143
Dossier 28
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag), met handgeschreven aantekeningen.

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag), met handgeschreven aantekeningen. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, linksboven:] extra
[Handgeschreven, rechtsboven:] Lnr. kst[...]r [onleesbaar]
[Rechtsboven:] HG.

den Heer J. Bartels,
Sint Antoniesbreestraat 59 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

29/6/2 M. 5 September 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 Juli jl. verleen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Nieuwmarkt te bezetten.

U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, Dit document is een officiële beschikking van de Amsterdamse marktautoriteiten aan een marktkoopman, de heer J. Bartels. De kern van de brief is de toekenning van een tijdelijk uitstel (voor de duur van drie maanden) van de 'bezetplicht'. Normaal gesproken was een vergunninghouder verplicht om persoonlijk en regelmatig op de toegewezen marktplaats aanwezig te zijn om het recht op de standplaats te behouden.

Opvallend is de bureaucratische strengheid in de tweede alinea: hoewel de koopman fysiek afwezig mag zijn, blijft de financiële verplichting onverkort van kracht. Het marktgeld moet wekelijks worden voldaan aan de ambtenaar ter plaatse, ongeacht de reden van afwezigheid. De referentie "Wijk 2" en de locatie "Nieuwmarkt" duiden op de specifieke marktsector waar Bartels werkzaam was. De datum van de brief, 5 september 1941, is van cruciaal historisch belang. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting. De locatie van de geadresseerde (Sint Antoniesbreestraat) en de marktplaats (Nieuwmarkt) lagen in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.

Vanaf begin 1941 voerden de nazi's steeds strengere beperkende maatregelen in voor Joodse burgers en ondernemers. Hoewel uit de brief niet direct de etniciteit van de heer Bartels blijkt, was de Nieuwmarkt een plek waar veel Joodse handelaren werkten. In 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker gedwongen hun nering te staken of werden zij beperkt tot specifieke 'Joodse markten'.

Het verzoek om drie maanden uitstel van de bezetplicht kan wijzen op persoonlijke omstandigheden, maar in deze specifieke tijdsgeest en op deze locatie is het niet ondenkbaar dat de aanvraag verband hield met de onmogelijkheid om het beroep uit te oefenen door de anti-Joodse maatregelen, ziekte, of een poging om onder de radar van de bezetter te blijven. De archivistische aantekening "extra" bovenin suggereert dat dit dossier buiten de reguliere afhandeling viel. J. Bartels Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een officiële beschikking van de Amsterdamse marktautoriteiten aan een marktkoopman, de heer J. Bartels. De kern van de brief is de toekenning van een tijdelijk uitstel (voor de duur van drie maanden) van de 'bezetplicht'. Normaal gesproken was een vergunninghouder verplicht om persoonlijk en regelmatig op de toegewezen marktplaats aanwezig te zijn om het recht op de standplaats te behouden.

Opvallend is de bureaucratische strengheid in de tweede alinea: hoewel de koopman fysiek afwezig mag zijn, blijft de financiële verplichting onverkort van kracht. Het marktgeld moet wekelijks worden voldaan aan de ambtenaar ter plaatse, ongeacht de reden van afwezigheid. De referentie "Wijk 2" en de locatie "Nieuwmarkt" duiden op de specifieke marktsector waar Bartels werkzaam was.

Historische Context

De datum van de brief, 5 september 1941, is van cruciaal historisch belang. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting. De locatie van de geadresseerde (Sint Antoniesbreestraat) en de marktplaats (Nieuwmarkt) lagen in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.

Vanaf begin 1941 voerden de nazi's steeds strengere beperkende maatregelen in voor Joodse burgers en ondernemers. Hoewel uit de brief niet direct de etniciteit van de heer Bartels blijkt, was de Nieuwmarkt een plek waar veel Joodse handelaren werkten. In 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker gedwongen hun nering te staken of werden zij beperkt tot specifieke 'Joodse markten'.

Het verzoek om drie maanden uitstel van de bezetplicht kan wijzen op persoonlijke omstandigheden, maar in deze specifieke tijdsgeest en op deze locatie is het niet ondenkbaar dat de aanvraag verband hield met de onmogelijkheid om het beroep uit te oefenen door de anti-Joodse maatregelen, ziekte, of een poging om onder de radar van de bezetter te blijven. De archivistische aantekening "extra" bovenin suggereert dat dit dossier buiten de reguliere afhandeling viel.

Genoemde Personen 1

Locaties

Nieuwmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 2