Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 146
Dossier 28
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk memorandum/adviesformulier betreffende marktplaatsvergunningen.

Dossier: 14, 29/7/1

Origineel

Ambtelijk memorandum/adviesformulier betreffende marktplaatsvergunningen. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 29/7/1 1941
DOORGEZONDEN: 31/7-'41.

[Rechtsboven]
675
A. Bartels
pl. 118 Nieuwmarkt
pl. 163 Westerstraat

[Linker marge, diagonaal geschreven]
Zie briefje van Bartels,
welke ik heden om nader
advies aan Renz heb gezonden.
Th de Wolff 13/8-'41

[Midden, rode tekst]
29/7/217

[Linker marge, onder rode tekst]
5/9/41 v8

[Centrale tekst]
8 Aug: 1941
Den Heer
Inspecteur

Hierbij zou ik U in overweging willen
geven, het verzoek v/d Heer A. Bartels pl: n: 118
niet toe te staan, aangezien de kooplieden
op de Nieuwmarkt, toch den geheelen dag
bij elkaar zijn, en onderling hun handel
verkoopen –
J. Renz

[Rechterzijde, naast centrale tekst]
Th. Renz
Th. de Wolff
Advies
8 - 8 - 41
dethren [?]

[Onderste sectie]
Den Heer Inspecteur
In overleg met Hr de Wolff wilde ik U adviseeren het verzoek van
Hr A. Bartels althans wat betreft de Westerstraat in te willigen.
A'dam 11 Aug. 1941
AW [geparafeerd]

[Voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern administratief stuk van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen) uit de zomer van 1941. Het betreft de beoordeling van een verzoek van een marktkoopman genaamd A. Bartels voor twee specifieke standplaatsen: plaats 118 op de Nieuwmarkt en plaats 163 in de Westerstraat.

Er is sprake van een gelaagd besluitvormingsproces:
1. Nieuwmarkt: Inspecteur J. Renz adviseert op 8 augustus negatief over de plek op de Nieuwmarkt. Zijn argument is dat de kooplieden daar de hele dag bij elkaar zijn en "onderling hun handel verkoopen", wat suggereert dat een extra vaste plek voor deze specifieke aanvrager niet wenselijk of noodzakelijk wordt geacht binnen de bestaande marktdynamiek.
2. Westerstraat: In een latere notitie van 11 augustus wordt, na overleg tussen de heren De Wolff en een derde ambtenaar (geparafeerd AW), geadviseerd om het verzoek voor de Westerstraat wél in te willigen.

De vele stempels, parafen en referentienummers getuigen van een strikte bureaucratische afhandeling van marktvergunningen in deze periode. De datering (augustus 1941) is historisch significant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. In deze periode werden de regels voor markthandel in Amsterdam steeds strenger, mede door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. De Nieuwmarkt lag in het hart van de Joodse buurt (Jodenbuurt), waar de markthandel een cruciale rol speelde in de lokale economie en sociale structuur. Hoewel het document de achtergrond van A. Bartels niet expliciet vermeldt, is de administratieve controle op wie waar mocht staan op de markt in 1941 sterk gepolitiseerd. De afdeling Algemene Zaken hield toezicht op dergelijke vergunningen, waarbij economische argumenten (zoals het onderling verhandelen van goederen) vaak werden gebruikt om verzoeken af te wijzen of te reguleren. A. Bartels Hierbij zou (Inspecteur) In overleg (Inspecteur) J. Renz M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een intern administratief stuk van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen) uit de zomer van 1941. Het betreft de beoordeling van een verzoek van een marktkoopman genaamd A. Bartels voor twee specifieke standplaatsen: plaats 118 op de Nieuwmarkt en plaats 163 in de Westerstraat.

Er is sprake van een gelaagd besluitvormingsproces:
1. Nieuwmarkt: Inspecteur J. Renz adviseert op 8 augustus negatief over de plek op de Nieuwmarkt. Zijn argument is dat de kooplieden daar de hele dag bij elkaar zijn en "onderling hun handel verkoopen", wat suggereert dat een extra vaste plek voor deze specifieke aanvrager niet wenselijk of noodzakelijk wordt geacht binnen de bestaande marktdynamiek.
2. Westerstraat: In een latere notitie van 11 augustus wordt, na overleg tussen de heren De Wolff en een derde ambtenaar (geparafeerd AW), geadviseerd om het verzoek voor de Westerstraat wél in te willigen.

De vele stempels, parafen en referentienummers getuigen van een strikte bureaucratische afhandeling van marktvergunningen in deze periode.

Historische Context

De datering (augustus 1941) is historisch significant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. In deze periode werden de regels voor markthandel in Amsterdam steeds strenger, mede door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. De Nieuwmarkt lag in het hart van de Joodse buurt (Jodenbuurt), waar de markthandel een cruciale rol speelde in de lokale economie en sociale structuur. Hoewel het document de achtergrond van A. Bartels niet expliciet vermeldt, is de administratieve controle op wie waar mocht staan op de markt in 1941 sterk gepolitiseerd. De afdeling Algemene Zaken hield toezicht op dergelijke vergunningen, waarbij economische argumenten (zoals het onderling verhandelen van goederen) vaak werden gebruikt om verzoeken af te wijzen of te reguleren.

Genoemde Personen 5

A. Bartels Hierbij zou (Inspecteur) In overleg (Inspecteur) J. Renz M. No

Locaties

Nieuwmarkt Westerstraat

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 2