Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 22 september 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Den Heer S. de Vries, St. Antoniesbreestraat 25 II, Amsterdam-Centrum. Verzonden 22/9 [in handschrift]
HG.
den Heer S.de Vries,
St.Antoniesbreestraat 25 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
29/8/1 M. 22 September 1941.
U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met toebe-
hooren, voor de kramenverlichting op de Nieuwmarkt ten spoedigste
in te leveren bij den dienstdoenden marktambtenaar van bovengenoemde
markt.
De Directeur, De brief is een korte, formele sommatie aan een marktkoopman, de heer S. de Vries, om geleende goederen terug te bezorgen. Het gaat specifiek om een elektrisch snoer en toebehoren die werden gebruikt voor de verlichting van zijn marktkraam op de Nieuwmarkt in Amsterdam.
De toon is zakelijk en dwingend ("ten spoedigste in te leveren"). Het feit dat dit een doorslag is met een verzendstempel ("Verzonden 22/9"), wijst erop dat dit het exemplaar is dat voor de eigen administratie van de afzender (de gemeente) bestemd was. De datum van de brief, 22 september 1941, is cruciaal voor de historische duiding. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter en de meewerkende Nederlandse overheden steeds verder aangescherpt.
De ontvanger, de heer De Vries, woonde in de Sint Antoniesbreestraat, die in het hart van de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam lag. De naam "De Vries" was en is een veelvoorkomende Joodse achternaam.
Vanaf begin 1941 werd het Joden steeds moeilijker gemaakt om hun beroep uit te oefenen. In september 1941 was het proces van economische uitsluiting van Joden in volle gang. Het feit dat de gemeente een onderdeel van de uitrusting (de verlichting) terugvordert, suggereert dat de heer De Vries zijn vergunning om op de Nieuwmarkt te staan was kwijtgeraakt of dat de faciliteiten voor Joodse marktkooplieden werden ingetrokken. Kort hierna zouden Joden alleen nog op specifiek aangewezen markten mogen staan, voordat zij geheel uit het economische leven werden verbannen. Dit document is een tastbaar voorbeeld van de bureaucratische uitvoering van de onteigening en uitsluiting van Joodse burgers. S. de Vries